SKB-LOGO

Column: Elvira Schrijft over konijnen

Introductie

Gravi en Poedel
Een kattenbelletje
Lachen, huilen, praten of zwijgen
Door weer en wind
Het avontuur van Ravi
Een hond erbij
Naar de konijnenheuvel (deel 2)
Naar de konijnenheuvel (deel 1)
Bonte avond
Voorbehoud
Verhuisperikelen
Over niet-etende konijnen
Frits
Casanovakonijn
Konijn in het zuur
Vergeten Konijnen
Het eenzame konijn
Konijnensoap
Ontmoet mijn konijnen
Dumpkonijnen
Konijnen trimmen
Coelhos
Opleiding Konijnentrainer

Gewapend met kennis

Grote ogen
Knuffeldieren
Snoetje

Introductie

Cynthia achter het SKB kraampjeCynthia Pallandt (1988) woont in Breda met haar man en zes opvangkonijnen. Bij Stichting KonijnenBelangen houdt ze zich vooral bezig met het geven van voorlichting op evenementen en het onderhouden van donateurscontacten. Ze is gecertificeerd Konijnendeskundige.

In het dagelijkse leven werkt Cynthia als Applicatiebeheerder. Daarnaast heeft ze haar eigen bedrijfje, Elvira Schrijft, om zo een mooie invulling te kunnen geven aan haar grootste hobby: schrijven. Naast konijnen is ook de horecawereld een favoriet onderwerp om over te schrijven.

Cynthia beschrijft zichzelf als idealistisch en gepassioneerd. Ze vindt het belangrijk om zichzelf te ontwikkelen en nieuwe ervaringen op te doen. Ontspannen doet ze door uitgebreid (veganistisch) te koken, liefst met een glaasje wijn erbij. En de konijnen op de achtergrond!

Gravi en Poedel

Het is een tijdje stil geweest van mijn kant, maar nu heb ik toch weer wat konijnenavonturen om met jullie te delen. De hoofdrolspelers in het verhaal zijn Ravi en Foezel. Ik ga minstens drie keer per dag de ren binnen om hen te voorzien van hooi, water, brok en groenten. Foezel staat dan al klaar bij de poort en doet steevast een poging om te ontsnappen. Ik weet nu dat ik de poort pas open moet doen op het moment dat Ravi en Foezel achter elkaar aan beginnen te jagen omdat ze weten dat er eten aankomt, maar zelfs met die tactiek gebeurt het nog regelmatig dat Foezel met haar smalle lijfje door de opening van de poort weet te glippen. Soms rent ze helemaal naar het achterste punt van de tuin en keert ze daarna meteen terug, maar andere keren begint ze gras of onkruid te eten en dan vergeet ze dat er brokken zijn. Dan moet ik achter haar aan om haar terug richting ren te begeleiden. Ik laat de poort open zodat ze zelf weer naar binnen kan, maar als ik pech heb maakt Ravi daar gebruik van om ook te ontsnappen, zodat ik achter twee konijnen aan moet. Het is erg komisch om die twee kleine konijntjes in het hoge gras rond te zien huppen, dus ik geniet stiekem wel van die momenten.

Ravi en Foezel in het gras

Verder heb ik Ravi inmiddels omgedoopt tot Gravi, want hij graaft hele gangenstelsels in de ren. Laatst had hij een tunnel onder de kooi door gegraven, waardoor de tegels begonnen te verzakken. Op een gegeven moment hoorde ik hoe de boel instortte en toen ik ging kijken lagen er 4 tegels en twee drinkbakjes in het enorme gat. Ik was lichtelijk in paniek want ik zag al helemaal voor me hoe mijn konijntjes in dat gat zouden vallen en gewond zouden raken, dus ik regelde dat Bart die avond het gat dicht zou gooien. Toen ik later die dag in de tuin was, zag ik hoe Foezel heel behendig in het gat sprong en tussen de tegels door hupte, om vervolgens een paar meter verder weer de tunnel uit te komen. Had ik mijn konijnen toch onderschat…

Vanochtend ging ik het hooi bijvullen. Ravi wilde alvast naar de bovenverdieping van het hok rennen; zijn favoriete plek om hooi te eten.  Maar toen hij halverwege was, raakte het trapje los en viel op de grond. Het was geen ernstige val, maar hij schrok er wel van en zat vervolgens beduusd om zich heen te kijken. Ik was blij dat ik het had zien gebeuren, zodat ik kon kijken of hij niet gewond was geraakt. Ravi is een pechvogel; 4 van de 5 dierenartsbezoekjes die ik onderneem zijn vanwege hem. Is het niet omdat hij is gestopt met eten, dan is het wel een ontstoken oogje, of een bijtwond van een ander konijn. Maar hij laat zich niet kisten; hij is het meest actieve en vrolijke konijn van allemaal. Ik verheug me op de avonturen die me nog met deze twee diertjes te wachten staan!

Foto: Ravi en Foezel doen zich tegoed aan het gras.

Een kattenbelletje

Toen ik vorige week maandag naar bed ging, had ik eigenlijk nog teveel energie. Daarnaast word ik alert als ik onrustige dieren hoor en die nacht waren er een paar honden in de straat die hoge blafgeluiden maakten, waarvan ik uiteindelijk besloot dat ik er geen actie op hoefde te ondernemen. Tegen de ochtend werd ik echter weer gewekt, ditmaal door mijn eigen buitenkonijnen. Ik hoorde de deurtjes van hun hokken tegen het hout aanslaan, wat moest betekenen dat ze in paniek naar binnen waren gerend. Direct daarna hoorde ik iets dat me deed denken aan een krolse kat. Ik stond op om uit het raam te kijken. Het was nog halfdonker, maar ik kon het silhouet van een kat onderscheiden. Toen mijn ogen wat meer gewend waren, zag ik dat hij niet in mijn tuin stond maar op het paadje dat achter mijn huis loopt. Ik herkende hem aan het belletje dat aan zijn halsband hing; het was de kat van twee huizen verder. Hij kon mijn konijnen van achter de poort niets doen; toch wilde ik hem wegjagen omdat mijn diertjes duidelijk in paniek waren.

Ik liep naar beneden en ging op mijn blote voeten de tuin in. Daar zag ik waarom mijn konijnen zo in paniek waren: er lag een wild konijn in een plas bloed op mijn terras! Ik schrok me wezenloos, want in een fractie van een seconde dacht ik dat het een van mijn eigen konijnen was. Het konijn leefde nog, maar lag op zijn zij, dus ik dacht dat hij niet meer lang te leven had. In de verte hoorde ik het gerinkel van een kattenbelletje: de dader die zich snel uit de voeten maakte. Ik rende naar binnen en riep Bart om me te helpen met het konijn. Toen Bart de tuin in kwam, rende het wilde konijn weg. Een zwaargewond dier had zijn laatste kracht gebruikt om weg te vluchten voor de grootste dierenvrienden in de wijde omgeving…

Toen ik wat rustiger was geworden, heb ik de plas bloed op het terras weggespoeld. Ik zag dat er plukken haar op het paadje achter mijn tuin lagen, wat waarschijnlijk wil zeggen dat de kat het konijn daar te pakken heeft gekregen en dat het konijn vervolgens onze tuin in is gevlucht. De kat stond immers achter de poort toen ik hem zag, alsof hij niet wist hoe hij onze tuin in kon komen. Wat ook opviel, was dat er langs de ren van Lex en Sientje konijnenkeutels lagen waaraan ik kon zien dat ze afkomstig waren van een kleiner konijn met een ander dieet dan mijn konijnen. Lex en Sientje hadden een groot gat gegraven op de plek die ze normaal als latrine (= toilet) gebruiken, zeer uitzonderlijk gedrag, en ik kon daar uit opmaken dat het wilde konijn een hele tijd langs de ren heeft gelopen en dat Lex en Sientje geprobeerd hebben te ontsnappen om bij hem te komen. Dit bracht nog een angst met zich mee: wat als het wilde konijn ziek was? Het was niet waarschijnlijk dat het konijn in zo’n korte tijd door de tralies mijn konijnen met een ziekte besmet had, maar ik wilde daar toch zeker van zijn. Het zou immers kunnen dat dit konijn door een kat gegrepen was doordat hij al wat zwakker was… Ik maakte dus een afspraak met de dierenarts voor een check-up.

Die ochtend zat ik moe en rillerig op mijn werk. Ik heb mijn verhaal wel vijf keer verteld, ik was er behoorlijk van onder de indruk. ’s Avonds zei ik tegen Bart dat het me niet helemaal lekker zat wat er gebeurd was. Terwijl ik het zei keken we automatisch  allebei de tuin in, en op dat moment zagen we… de kat! Hij staarde ons aan. De rillingen liepen over mijn rug. We jaagden hem weer weg, maar hij bleef die avond en nacht terugkomen. Het was wederom een zware nacht voor me, want ik begon inmiddels dat belletje ook te horen wanneer de kat niet in de buurt was.

We gingen de dag erna met onze konijnen naar de dierenarts. Het was bijna een jaar geleden dat ze ingeënt waren, wat het risico op ziekte verhoogt. Toen bleek dat ze ongedeerd waren, hebben we ze  dus ook meteen laten inenten. Mocht er nog een wild konijn in de buurt komen, dan zijn ze tenminste beschermd. De kat is tot dusver niet meer teruggekomen en ik kan inmiddels weer slapen. Maar dit avontuur zal ik niet snel vergeten..!

Lachen, huilen, praten of zwijgen

De meeste konijnenverhaaltjes, ook die van mij, gaan over dingen die de schrijver met een konijn heeft meegemaakt. Maar ik zat laatst te bedenken hoeveel mijn konijnen eigenlijk al met MIJ hebben meegemaakt, de omgekeerde wereld dus. Inmiddels wonen Lex, Sientje, Ravi en Foezel al drie jaar bij mij, Jumby en Roosje zelfs nog wat langer. Dag in, dag uit, zien en horen ze me. En ook al spreken we niet dezelfde taal, toch weet ik dat ze goed aanvoelen hoe het met me gaat.

Het is lange tijd zo geweest dat vier konijnen in mijn woonkamer leefden en twee konijnen in de gang/slaapkamer. Waar ik ook ging, er waren altijd wel konijnen in de buurt. Ze hoorden me lachen, huilen, praten of zwijgen. Misschien zagen ze zelfs mijn houding veranderen wanneer ik niet goed in mijn vel zat, of merkten ze het aan me wanneer ik een borrel teveel op had. Op sommige bezoekers renden ze enthousiast af, terwijl ze anderen ontweken; zouden ze hebben aangevoeld welke mensen het beste met me voor hadden en welke niet zo? Nu de konijnen naar buiten zijn verhuisd, ga ik niet meer zo vaak in de ren zitten om ze te voeren. Maar eerst deed ik dat meerdere keren per week. Het maakte me intens gelukkig om die beestjes om me heen te zien springen en tegen me aan te voelen klimmen. Dat moeten ze geweten hebben, want zelfs de schuwste konijntjes gingen zich er snel bij op hun gemak voelen.

Mijn konijnen waren erbij toen Bart me voor het eerst in mijn trouwjurk zag. Ze waren de laatsten van wie ik afscheid nam toen we op huwelijksreis gingen. Ze hebben tot het eind bij ons in het appartement gewoond en zijn toen meeverhuisd naar ons eerste eigen huis. Ze hebben vrienden en vriendinnen zien komen en gaan, ze waren aanwezig bij verjaardagsfeestjes, ze hebben jaarwisselingen met ons beleefd. Ze hebben onze familieleden grapjes over kerstkonijnen horen maken, ook al snapten ze er niets van, en ze hebben geposeerd voor kerstfoto’s. Als ik mistroostig terug kwam van een zware werkdag, plofte ik in de gang neer omdat Lex dan vanzelf naar me toe kwam voor een knuffel. Nu ik een paar keer per week de buitenhokken schoonmaak, is het vooral Ravi die over me waakt. Hij maakt het onmogelijk voor me om af te dwalen met mijn gedachten. Laatst zat ik via mijn iPod een dromerig muziekje te luisteren terwijl ik een hoop keutels opveegde. Ineens stopte de muziek. Ik zag Ravi snel wegrennen. Hij had de kabel van mijn koptelefoon doorgebeten. Hij stond in zijn recht. Ik was afwezig, en als ik bij mijn diertjes ben dan verdienen ze mijn volle aandacht.

Ik hoop dat ik nog veel mag beleven met deze zes heerlijke beestjes, en zij nog veel met mij. Alle herinneringen die ik aan hen heb, zelfs de verdrietige, zijn goud waard.

Door weer en wind

Het is de laatste weken regelmatig rotweer geweest. Kou, wind, regen… Op zich niets bijzonders, maar voor mij was het de eerste keer dat ik mijn konijnen daaraan blootstelde. En dat vond ik best spannend.

Deze herfst heeft het een paar keer zo hard gewaaid dat ik er ’s nachts wakker van werd. Tuinmeubelen waaiden weg en het zag eruit alsof er een ware zandstorm gaande was. Ik ben één keer om 3 uur ’s nachts opgestaan en in mijn pyjamajas naar buiten gegaan omdat ik me zulke zorgen maakte om de konijnen. Stom gezegd: ik was bang dat ze weg zouden waaien… Als eerste trof ik Ravi en Foezel aan, die dicht tegen elkaar aan zaten om zich warm te houden, tegen de schutting aan om beschut te zijn tegen de wind. Hun lange haren wapperden alle kanten op, maar ‘geen haar op hun hoofd’ dat eraan dacht om lekker in het nachthok tussen het stro te gaan zitten. Lex en Sientje zaten wel in hun hok, maar dan in het open gedeelte. Ik wist direct waarom: ze wilden geen seconde weg bij hun drinkbak en ze verkozen hun grote hooiruif boven het plukje hooi in het nachthok. Het is eigenlijk ook logisch dat konijnen niet zomaar weg kunnen waaien, want ze zitten laag bij de grond en daar hebben ze minder last van de wind, bovendien zouden wilde konijnen anders ook last van dat probleem hebben…

Wanneer het regent, maak ik me altijd druk om de konijnen. Konijnen houden niet van water, dat is bekend, maar blijkbaar is regen voor veel konijnen een uitzondering op die regel. Lex en Sientje zorgen ervoor dat ze droog blijven, maar voor Ravi en Foezel moet ik trucjes verzinnen om ze uit de regen te houden. Als het regent wanneer ik brokjes kom brengen, strooi ik deze uit voorzorg in hun hok, zodat ze niet nat hoeven te worden tijdens het foerageren. Ik ben bezorgd dat het slecht voor ze is wanneer ze meerdere dagen achter elkaar op nat zand rondlopen.  Daarom hebben we een deel van de ren laten betegelen. Er zijn buizen waar de konijnen in kunnen schuilen, daar hebben ze bijvoorbeeld gebruik van gemaakt toen met Oud & Nieuw het vuurwerk losbarstte. Foezel wordt in de winter niet geschoren maar gekamd, zodat haar lange dikke vacht haar warm houdt.

Deze maatregelen zijn tot dusver voldoende geweest omdat het in Noord-Brabant nog niet echt gevroren heeft. Binnenkort kan ik weer schrijven over de manier waarop mijn konijnen sneeuw, hagel en mintemperaturen hebben beleefd. Ik heb de reserve-drinkbakken al in de aanslag zodat mijn konijnen nooit lang met bevroren water zullen komen te zitten. We zijn nog aan het broeden op de perfecte manier om onze konijnen beter droog te kunnen houden zodat ze niet onderkoeld raken deze winter. Het blijft spannend…

Ravi’s Avontuur

Het was een donderdagavond in november, ik kwam later thuis dan normaal. We hadden een afspraak bij de dierenarts met Nenya (de hond), dus ik moest me haasten om mee te kunnen. Normaal begroet ik alle konijnen uitgebreid bij thuiskomst, maar nu sloeg ik dat over – als we terug waren van de dierenarts zou ik ze op mijn gemakje verzorgen.

Toen we weer thuis waren, ging ik direct naar buiten om de konijnen te voeren. Als eerste waren Ravi en Foezel aan de beurt. Ik liep de ren in en Foezel sprong nog net niet tegen me op van enthousiasme. Ik gaf haar een kroel en keek intussen om me heen, op zoek naar Ravi. Mijn eerste gedachte was dat hij waarschijnlijk in het nachthok hooi zat te eten en me daarom niet gehoord had. Maar toen ik het deurtje opende, bleek er niemand te zitten. Mijn volgende ingeving was om in de buizen te kijken die door de konijnenheuvel lopen. Maar ook daar was geen Ravi te bekennen. Toen begonnen mijn alarmbellen te rinkelen. Hij zou toch niet een manier hebben gevonden om te ontsnappen?? Ik riep Bart om me te helpen en ging ondertussen kijken in de ren van Lex en Sientje, in de hoop dat Ravi over het hekje naar hun ren was gesprongen. Maar ook daar zat hij niet.

Er leken twee mogelijkheden te zijn: ofwel hij was ontsnapt, ofwel hij zat vast in het gangenstelsel onder de grond. Terwijl ik de ren nauwkeurig controleerde op ontsnappingsmogelijkheden, haalde Bart een schop uit de schuur. Ik zag geen gaten groot genoeg om doorheen te kruipen, geen doormidden geknaagde tralies… Het was bijna ondenkbaar dat hij ontsnapt was. Tussendoor was Bart de gangen aan het uitgraven. Het had haast, maar moest tegelijkertijd voorzichtig gebeuren, omdat Ravi anders gewond zou kunnen raken. Foezel sloot ik voor haar eigen veiligheid op in het hok. Terwijl ik met mijn telefoon bijscheen, wist Bart gang na gang bloot te leggen. We stonden versteld van de lange, diepe tunnels die er onder de grond lagen.

Toen het grootste gedeelte was uitgegraven, deed Bart een stap achteruit om het geheel te overzien. Op dat moment zakte zijn voet door de grond. Nog een tunnel! We keken erin, en zagen daar twee kleine oortjes boven een laag zand uitsteken. Ik raakte volledig in paniek. Ik dacht dat we een dood konijntje hadden aangetroffen, mijn lieve Ravi. Bart begon als een gek de tunnel verder open te maken. Ineens zagen we beweging. Ravi kroop onder het zand uit en zette het op een rennen, verder de tunnel in… Het duurde een tijdje voor we hem konden pakken. We hebben hem direct naar binnen gebracht en daar onderzocht. Hij had een enorme gasbuik, bijna alsof er een tennisbal in zijn lijfje zat. Hij voelde koud en hij leek in shock. Ik heb direct de dierenarts gebeld. We konden er binnen een halfuur terecht. Om nog meer problemen te voorkomen, hebben we ook Foezel meegenomen, zodat zij er de hele tijd bij kon zijn.

Bij de dierenarts oogde Ravi al wat alerter. Hij was ook op temperatuur gekomen en de dierenarts zag geen reden om hem binnen te houden. Hij was tijdens zijn avontuur niet gewond geraakt. Het was vooral zaak om het gas goed te behandelen. We waren er tot dat moment vanuit gegaan dat Ravi in een tunnel vast was komen te zitten en van de stress gas had ontwikkeld, maar langzaam begon het ons te dagen dat het waarschijnlijk anders was gelopen. Ravi gaat altijd op vreemde plekken zitten als hij ziek is; een tunnel is voor een ziek prooidier een logische verstopplaats. Waarschijnlijk had hij al gas toen hij daar ging zitten, en is er zand op hem terecht gekomen op het moment dat Bart per ongeluk in de tunnel stapte. Maar hoe lang hij er gezeten heeft, daar hebben we geen idee van.

Ik heb hem dagenlang vier keer per dag behandeld met medicijnen, pijnstiller en dwangvoeding. De schrik zat er bij mij goed in, ik durfde hem niet meer lang alleen te laten. Na een dag lukte het me om hem te verleiden met een worteltje. Toen hij door had dat ik hem met rust liet als hij at, begon hij fel op een hooisprietje te knagen wanneer ik de ren in kwam. Maar ik moest toch medicijnen geven, dus daar kon hij zichzelf niet iedere keer mee ‘redden’. Hij kwam er weer bovenop, en zat binnen een paar dagen als nooit tevoren van het herfstzonnetje te genieten. Totdat hij twee weken later weer stopte met eten… Dat was gelukkig al na een paar uur voorbij. Vorig jaar stopte hij in precies dezelfde periode van het jaar ook iedere 2 weken met eten. We dachten toen dat het kwam doordat hij papier op at, maar daar heeft hij buiten geen toegang toe, dus het lijkt nu aan het jaargetijde te liggen. Ik hoop dat het geen gewoonte wordt..! We gooien nu met enige regelmaat de tunnels dicht, om te voorkomen dat dit avontuur zich nog eens herhaalt.

Een hond erbij

Mijn man en ik wilden al langere tijd een hond uit het asiel adopteren. Toen ik halverwege dit jaar van baan wisselde, werd dit eindelijk haalbaar. Maar het bleef de vraag voor welke hond we dan moesten kiezen, want het was een vereiste dat het goed zou gaan in combinatie met de konijnen. Ik had er al van alles over gelezen, in de hoop dat er een paar rassen bestonden waarmee het altijd goed zou gaan. Er bleken zeker hondenrassen te zijn die meestal goed reageren op andere dieren, maar uiteindelijk zijn daar altijd uitzonderingen op en hangt het echt af van het individu. Eigenlijk had ik dat als geen ander moeten weten, want dat is precies wat ik altijd over konijnen zeg..! Zo hadden we bijvoorbeeld gelezen dat een Berner Sennenhond vaak opleeft in een omgeving met verschillende diersoorten, maar toen we een Berner Sennen in het asiel tegenkwamen, bleek dat hij konijnen niet als vriendjes zag maar als een smakelijk hapje. Dat werd ‘m dus niet.

Uiteindelijk werd de keuze vóór ons gemaakt. Twee maanden geleden werd ik door een vriendin gebeld, die vertelde dat ze wegens omstandigheden haar hond niet zelf kon houden. Omdat ze wist hoe graag wij een hond wilden, moest ze meteen aan ons denken. De hond heet Nenya en is een 9-jarige Border Collie (reu). De Border Collie is een herdershond, waarvan je kunt verwachten dat hij andere diersoorten bij elkaar zal drijven tot een kudde – dit gedrag zit in de genen en wordt daarnaast vaak getraind. Nenya heeft het echter niet in zich en heeft het ook nooit geleerd. De eerste kennismaking met de konijnen was voor ons erg spannend. De konijnen hadden nog weinig ervaring met honden, dus ze zaten allemaal te stampen toen Nenya binnenkwam. Maar Nenya liep hun ren voorbij zonder op te kijken. Hij had alleen aandacht voor ons, de mensen.

We besloten voor Nenya te gaan. De eerste dagen vonden de konijnen het nog erg spannend. Ik liet Nenya niet met hen alleen, ze zagen elkaar dus maar een paar uur per dag. Het gestamp nam langzaam af toen de konijnen merkten dat Nenya geen bedreiging vormde. Na een paar dagen renden de konijnen zelfs naar de tralies wanneer Nenya en ik eraan kwamen. Onder mijn begeleiding liep Nenya ook naar de tralies toe. De neuzen van de konijnen en de hond raakten elkaar zachtjes. Dat werd hun vaste begroeting. Meestal negeren ze elkaar nog, maar als ze contact zoeken dan is het door hun neusjes tegen elkaar te drukken. Inmiddels zitten de konijnen buiten, waardoor ik Nenya vrij in huis kan laten rondlopen. Als ik de konijnenhokken schoonmaak, mag Nenya altijd mee de tuin in. Dan moet ik eerst de konijnenkeutels opvegen, omdat hij ze anders opeet. En als hij braaf is, krijgt hij wel eens een konijnenbrokje van me, want daar is hij gek op. Nenya is, eigenlijk net als wij, één van de konijnen geworden!

Toelichting foto's: Nenya maakt kennis met Ravi in zijn eerste week bij ons; Foezel en Nenya begroeten elkaar tegenwoordig door hun neuzen tegen elkaar te drukken tussen de tralies van het buitenverblijf.

Naar de konijnenheuvel (deel 2)

Hoe zouden mijn konijnen reageren op hun nieuwe ren? Ik vond het ontzettend spannend. Ze waren niet gewend buiten te zijn, de meesten hadden nog nooit regen gevoeld…

De heren, Lex en Ravi, hebben me een tijdje in spanning gehouden. In de eerste twee weken hadden ze een paar keer last van lichte gasvorming. Of dit nou van de spanning kwam, of van de temperatuurswisseling, of misschien omdat ze dingen hadden gegeten die ze niet gewend waren, dat was me niet duidelijk… Achteraf gezien waren het waarschijnlijk puur aanpassingsproblemen, want de klachten zijn na die eerste weken niet meer teruggekeerd.

Ravi en Foezel hadden binnen een dag al gangen in de konijnenheuvel gegraven. Moet je je voorstellen, twee konijnen die nog nooit zand hebben gezien maar toch precies weten hoe ze een tunnel moeten graven! Daarnaast hadden beide koppels al snel een weg gegraven naar de grasmat die achter een hekje lag en die eigenlijk niet toegankelijk voor ze mocht zijn. We waren bang dat de konijnen de grasmat zouden vernielen (dat hebben ze ook gedaan, ze hebben zelfs geprobeerd om hem weer op te rollen…) en dat ze er teveel van zouden eten (dat lijken ze niet te doen). Inmiddels is het hekje tussen het zand en het gras verdwenen, omdat het geen enkele zin had.

Ik heb mijn konijnen nog beter leren kennen. Zo had ik verwacht dat Lex, de meest avontuurlijke, al snel zou proberen te ontsnappen uit de ren. Dat blijkt niet zo te zijn, het lijkt erop dat hij echt tevreden is met zijn verblijf en het dus niet nodig vindt om te ontsnappen. Ravi en Foezel glippen echter dagelijks wel een keer tussen mijn benen door, op het moment dat ik met een grote zak hooi door de poort loop. Ze rennen dan meteen naar het gras tegenover de konijnenren, wat wel volgroeid en groen is, of ze gaan naar de andere ren om Lex lastig te vallen. Ik heb ook ontdekt dat Sientje (als enige) geen groenten eet waar zand aan zit, dus zij en Lex krijgen hun groenten in een bakje. Ook interessant: Ravi en Foezel gebruiken hun nachthok als toilet, terwijl Lex en Sien een latrine (hoop konijnenkeutels op een vaste plek) hebben gecreëerd buiten het hok.

Ik ben ontzettend blij dat ik de beslissing heb gemaakt om vier van mijn konijnen buiten te plaatsen. Zij genieten ervan, hoe fris of nat het buiten ook is, en het onderhoud is niet zoveel werk als ik verwacht had. Ik moet wat meer heen en weer sjouwen met spullen, maar daar staat tegenover dat er niet meer overal in huis konijnenharen ronddwarrelen en dat ik me niet meer druk hoef te maken om hun sloopgedrag. Ik ben erg benieuwd hoe de winter hen (en mij) zal bevallen!

Foto's: de konijnenheuvel van Foezel en Ravi met het hok op de achtergrond; Lex geeft Sientje een kus; Foezel en Ravi genieten onderin hun hok van het zonnetje; Foezel ligt te zonnen in een van de buizen van de konijnenheuvel.

Naar de konijnenheuvel (deel 1)

Mijn konijnen hebben de afgelopen drie jaar uitsluitend binnen geleefd, omdat ik in een appartement woonde. Afgelopen zomer ben ik verhuisd naar een woning met tuin. Ik had er veel moeite mee om de konijnen ‘naar buiten te doen’, maar uiteindelijk heb ik daar wel toe besloten. Maar dan wel op míjn manier…

Het gedeelte van de tuin dat voor de konijnen bestemd is, hebben we beveiligd tegen ontsnappingspogingen door er een ‘mat’ onder te leggen waar de konijnen zich niet doorheen kunnen bijten. We hebben een enorme ren laten bouwen door een bedrijf dat zich specialiseert in hekwerken. De ren is 10 meter diep, 3 meter breed en bijna 2 meter hoog zodat wij er zelf ook in kunnen staan. De bovenkant is bedekt met hetzelfde gaas als de rest van de ren, zodat er geen roofdieren bij kunnen komen. Deze ren hebben we zelf in tweeën gesplitst met een hek dat we er eventueel weer tussenuit zouden kunnen halen. Beide gedeeltes hebben een poort die ook op slot kan worden gedaan. In het midden loopt een strook gras, 3m2 in beide helften van de ren. In beide gedeeltes hebben we een konijnenheuvel gemaakt, waar we PVC-buizen in gegraven hebben. Aan beide uiteindes van de ren staat een hok dat we geselecteerd hebben op de grootte van het nachthok (dat is het gedeelte van het hok dat volledig is afgeschermd tegen licht, wind en regen). We hebben deze keuze gemaakt omdat we weten dat de konijnen in de rest van het hok weinig tijd zullen doorbrengen, omdat ze gewend zijn in het ‘open veld’ te spelen en zelfs te slapen. Er komt nog een paadje van de poort naar het hok, zodat de konijnen een verhard gedeelte hebben en zodat het voor ons prettiger is om schoon te maken.

Een paar weken geleden was het zover: de ren was klaar om de konijnen te ontvangen. Het was ook op het nippertje, als we nog langer hadden gewacht dan zou de overgang van binnen naar buiten te groot zijn geworden qua temperatuur. Ik wilde de konijnen ’s ochtends naar de ren verhuizen, als ze nog een beetje wakker waren. De voornaamste reden hiervoor was dat ze dan eerst een paar uur aan het ‘buiten zijn’ konden wennen, en niet meteen ook aan de kou van de nacht. We hadden van tevoren zorgvuldig beredeneerd welke konijnen we het beste buiten konden zetten, dat werden de ondernemende hangoren Lex en Sientje en de temperamentvolle Ravi en Foezel. We hadden ingeschat dat onze Jumby en Roosje het meest angstig waren aangelegd en er dus misschien niet aan zouden kunnen wennen, of zodanig zouden verwilderen dat we ze helemaal niet meer zouden kunnen oppakken voor medicatie en dergelijken. Die bleven dus binnen. De andere vier behandelde ik voor de zekerheid met anti-myiasis spray en werden daarna in reismandjes geladen.

Wat er gebeurde toen de reismandjes open gingen, volgt in deel 2 van deze column..!

Foto: De konijnenren, nog niet verder ingericht.

Bonte avond

Lex en Sientje, mijn bonte hangoorkonijnen, wonen momenteel op de eerste verdieping van ons huis. Daar hebben ze een eigen kamer. Verder laat ik ze ’s avonds, als ze het meest actief zijn, ook over de gang en in de andere kamers op die verdieping rondlopen. Maar voor degenen die eerder mijn column over casanovakonijn Lex hebben gelezen, zal het geen verrassing zijn: Lex neemt geen genoegen met één verdieping. Hij was direct geïnteresseerd in de trap. Ik was er getuige van toen hij voor het eerst in zijn leven een traptrede beklom. Hij had het een paar weken eerder voor elkaar gekregen om in een verhuisdoos te springen terwijl ik die aan het vullen was, dus ik was van de traptrede niet echt onder de indruk. Maar na een paar keer voorzichtig te hebben geoefend met een paar treden, durfde Lex het aan om helemaal naar boven te hoppen. Ik ging er achteraan om hem in de gaten te houden. Ongestoord besnuffelde hij de gehele zolder en toen hij het zat was hopte hij op zijn dooie gemakje weer naar beneden. De tweede keer dat Lex naar de zolder ging, aarzelde hij onderweg niet meer: hij rende in één beweging naar boven en daalde ook net zo snel de trap weer af. Inmiddels lukt het hem ook om vanaf de gang direct naar de derde trede te springen, zodat hij nog sneller boven is. Daar markeert hij alles dat ook maar enigszins naar andere konijnen ruikt met grote, geurende keutels.

Zijn vrouw Sientje volgt hem overal waar hij gaat, behalve de trap op. Daar ben ik erg blij mee, want zij is een stuk minder handig dan Lex en ik zou dan ook bang zijn dat ze een keer ongelukkig terecht zou komen. Waar Sientje vooral plezier aan beleeft, is de enorme spiegel op de deur van onze klerenkast. Ze loopt er langs, kijkt aandachtig naar haar eigen spiegelbeeld, probeert er voorzichtig in te bijten… Ik denk dat ze er wel een levend wezen in herkent, maar de wetenschap vertelt me dat ze er niet zichzelf in kan herkennen omdat konijnen geen ik-besef (of zelfbewustzijn) hebben. In ieder geval wordt ze er niet bang van, maar ze vindt het juist erg leuk. Ze sluit haar bezoekje aan onze slaapkamer namelijk regelmatig af met binkies en rent dan terug naar haar eigen kamer om daar vermoeid neer te ploffen.

De zak met aubiose, de bodembedekking die ik gebruik, staat ook op de eerste verdieping. Laatst sprong Sientje bovenop de zak en ging daar zitten als een koningin op haar troon. Na even rustig te hebben gezeten, begon ze voorzichtig in de zak te graven. Al snel vloog de aubiose door de kamer. Het is de bedoeling dat Lex en Sientje op korte termijn naar buiten gaan, als hun luxeverblijf eenmaal gereed is en als de buitentemperatuur het nog toelaat. Sientje heeft de oncontroleerbare behoefte om te graven, wat ze in hun nieuwe verblijf naar hartenlust zal kunnen doen. Ik verheug me er nu al op, iedere avond bonte avond…!

Foto's: Lex op de trap; Sientje hapt naar haar spiegelbeeld.

Voorbehoud

Stichting KonijnenBelangen houdt zich op het eerste gezicht vooral bezig met het geven van voorlichting aan konijneneigenaren en met het ondersteunen van konijnenopvangen. Er is echter een ander aspect van ons werk waar wij veel tijd en energie in steken, maar wat minder zichtbaar is. We proberen namelijk structurele verbeteringen voor konijnenwelzijn te bereiken op niveau van wet- en regelgeving. Zo is in 2014 de wet aangepast door de speenleeftijd van gezelschapskonijnen op te trekken van 4 naar 6 weken, wat in de praktijk wil zeggen dat het strafbaar is om konijntjes jonger dan 6 weken bij de moeder weg te halen voor de verkoop. Dergelijke wetswijzigingen maken een enorm verschil voor zowel individuele konijnen als voor de werkwijze van dierenwinkels en fokkers.

Eerder dit jaar publiceerde SKB een rapport met de titel “Het konijn, een onbegrepen dier. Konijnen (Oryctolagus cuniculi): niet houden zonder voorbehoud”. Dit rapport schreven wij als ondersteuning voor de Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit (PVH) die een bezwaarschrift indiende tegen de plek van het konijn op de Positieflijst (de zogenaamde Huisdierenlijst). De Positieflijst geeft aan welke dieren door iedereen zonder speciale kennis of vaardigheden te houden zijn. Het protest tegen het opnemen van konijnen in deze lijst is gerechtvaardigd; onderzoek heeft veelvuldig uitgewezen dat het konijn één van de diersoorten is met de meeste welzijnsproblemen in de Nederlandse huishoudens. Of, zoals de Koningin Sophia-Vereeniging ter Bescherming van Dieren stelt: “Het konijn is het meest verwaarloosde huisdier en heeft daarmee de hond en kat van de eerste plaats gestoten” (Bron: Noordhollands Dagblad, 2012).

Dat alles is een stukje achtergrondinformatie om te verklaren waarom ik mij sinds kort interesseer voor wet- en regelgeving op gebied van dierenwelzijn. Ik kan erover dagdromen hoe ik de regels omtrent konijnen zou aanpassen. Om te beginnen zou iedereen die verantwoordelijk is voor de zorg voor konijnen een cursus over konijnenwelzijn moeten volgen. Dit zou een klassikale of online cursus kunnen zijn, die afgesloten wordt met een examen waarin de basisbehoeften van het konijn allemaal terugkomen.

Om niet alleen voor het konijn te mogen zorgen maar het ook (thuis, in een kinderboerderij, of waar dan ook) te mogen houden, moet er aan een aantal voorwaarden op facilitair gebied worden voldaan. Allereerst moet het konijn voldoende ruimte hebben, aanzienlijk meer dan de huidige richtlijnen dicteren. Het konijn moet ruimte hebben om op de achterpoten te staan, sprintjes te trekken en hij moet binkies kunnen maken zonder uit te glijden. De ruimte waar het konijn zit, moet niet op de tocht staan maar ook niet recht in de zon en het moet beschermd zijn tegen roofdieren. Er moet altijd hooi en schoon water aanwezig zijn, bodembedekker anders dan zaagsel (wat bewezen is schadelijk te zijn voor de gezondheid) en speelgoed zodat het konijn zich niet gaat vervelen. En waar ik het tot dusver over ‘het konijn’ heb gehad, zal het in de praktijk natuurlijk altijd om meerdere konijnen gaan, want konijnen zijn groepsdieren. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag een konijn alleen worden gehouden.

Dan is er het financiële aspect. Ik weet uit ervaring dat mensen die weinig geld hebben in sommige gevallen liever zelf op brood en water leven dan dat ze hun konijnen slecht voer of hooi moeten geven. Dit is fantastisch, maar wanneer het konijn ziek wordt en medische zorg nodig heeft, kan iemand met beperkte financiële middelen hier niet altijd in voorzien. Daar zou op geanticipeerd moeten worden door bijvoorbeeld een dierenverzekering af te sluiten of te vereisen dat men een spaarbedrag achter de hand heeft voor noodgevallen. Een jaarlijks bezoek aan de dierenarts en inenting tegen VHS en Myxomatose zou verplicht moeten zijn, evenals chippen. Castratie, van zowel ram als voedster, is iets waar goede voorlichting over gegeven moet worden om het te stimuleren, mits het door een konijndeskundige dierenarts wordt uitgevoerd. In geval van ziekte zou men altijd de dierenarts moeten raadplegen en de nodige zorg verschaffen, maar er moet ook gekeken worden of het leven van een ernstig ziek konijn nog wel dierwaardig is.

Ik weet dat deze regels niet snel of misschien wel nooit doorgevoerd zullen worden en dat ze bovendien op veel weerstand zullen stuiten. Maar ik blijf me ervoor inzetten. Om een bekende quote uit een campagne van Apple aan te halen: “the people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.” Ik hoop dat SKB door heel veel gekke mensen wordt bijgestaan in onze missie om de positie van konijnen in Nederland te verbeteren.

Verhuisperikelen

Recentelijk ben ik verhuisd van een huurappartement in het centrum van Breda naar een koopwoning in een nieuwbouwwijk. Voor mijn konijnen heeft dat verschillende voordelen. In het stadscentrum zijn er regelmatig muziekfestivals, schreeuwende mensen, langsrijdende motors en andere lawaaierige zaken. Mijn hangoren hebben daar weinig last van, maar de andere drie zetten het regelmatig op een rennen als ze van een onverwacht geluid schrikken. In de buurt waar we naartoe zijn verhuisd, komt dat veel minder voor.

Een ander voordeel is dat we straks, als de schutting geplaatst is, een eigen tuin hebben. Daar moet ik bij vermelden dat ik het doodeng vind om mijn konijnen buiten te zetten, aangezien ik gewend ben om ze binnen te hebben waar ik ze constant in de gaten kan houden. De zon staat vol op onze tuin, de buren hebben een kat, er bevinden zich wilde konijnen in de omgeving, en zo zijn er nog enkele gevaren die ik afgedekt wil hebben voordat ik mijn konijnen naar buiten durf te laten.

Ook binnen heeft ons huis een groot voordeel ten opzichte van het appartement waar we woonden: de vloer is diervriendelijk. Voorheen hadden we laminaat, wat helemaal niet prettig is voor konijnen omdat het geen grip geeft, waardoor ze uitglijden. We hadden er zeil overheen gelegd, met daarop handdoeken en dekens, maar dat zag er niet mooi uit. Nu hebben we op de begane grond geseald siergrind, wat zowel prettig is voor de dieren zelf als voor het onderhoud. Op de bovenverdiepingen hebben we vinyl (zeil), wat zachter is en meer grip geeft dan bijvoorbeeld een houten vloer. Op beide vloeren hebben we handdoeken en dekens liggen, omdat we merken dat de konijnen dit nodig hebben om binkies te kunnen maken. Lees hier meer over diervriendelijke vloeren.

Het nieuwe huis bood ons de mogelijkheid om te proberen onze konijnen op neutraal terrein als groep te koppelen. We hebben nu drie koppeltjes, waarvan er twee lang als groep samen hebben geleefd, totdat de rammen gingen vechten. Deze koppeltjes hebben we direct bij elkaar gezet in het nieuwe huis. De eerste dagen ging het verbazingwekkend goed. Er werd gejaagd en af en toe vond ik een plukje haar, maar daar bleef het bij. De voedsters waren al snel aan beide rammen en aan elkaar gewend. ’s Nachts werden de konijnen onrustig, wat ik vanuit onze slaapkamer goed kon horen. Ik ging regelmatig kijken en probeerde ze dan tot rust te brengen door alvast een deel van hun brokken te geven.

Helaas gingen de rammen elkaar na een tijdje toch uitdagen. Ravi is een leider, dat was ook nu weer duidelijk. Toen ik de konijnen net bij elkaar had gezet, zaten er drie in een hoekje te beven terwijl Ravi met opgeheven hoofd en staart de boel verkende en met keutels markeerde. Hij at recht voor de neus van een ander konijn hooi, om te laten zien dat hij de baas was. Uiteindelijk pikte Lex dat niet meer en ging hij provoceren. Ravi liet zich niet kennen en hij bleef kalm, terwijl Lex na iedere vechtpartij angstig wegrende om vervolgens een halfuur uit te hijgen. Ik maakte me zorgen om Lex en zette hem na een paar vechtpartijen op mijn trimtafel om te onderzoeken of hij in orde was. Ik vond welgeteld één wond, niets om me druk om te maken. Voor de volledigheid onderzocht ik daarna ook Ravi. Ik was verbijsterd; Ravi zat onder de bijtwonden! Van buitenaf was er niets van te zien dankzij zijn dichte vacht en zijn dominante houding. Ergens had ik er vertrouwen in dat Ravi het zou winnen, maar hij is vatbaar voor gasaanvallen en dat zou Lex direct weer aanleiding geven om de leiding over te willen nemen. Daarnaast wilde ik niet het risico lopen dat Ravi in zijn gezicht of op een andere gevaarlijke plek zou worden gebeten. Ik heb de groep daarom weer uit elkaar gehaald en de oude koppeltjes hersteld. Door het warme weer van de laatste dagen is de rust snel teruggekeerd.

Jumby en Roosje in hun nieuwe renIk zou het bijna vergeten te vermelden, maar Jumby en Roosje hebben zich probleemloos aangepast aan hun nieuwe omgeving. Ze liggen ‘s middags met dichtgeknepen oogjes in de zon te genieten, slechts bij uitzondering zoeken ze de schaduw of icepod op. De buren zijn helemaal verliefd op ze. Nu mijn vakantie voorbij is, durf ik de konijntjes met een gerust hart in ons nieuwe huis achter te laten om naar mijn werk te gaan!

Foto: Jumby en Roosje zoeken verkoeling bij de icepod op de, tot zover, warmste dag van het jaar.

 

Over niet-etende konijnen

Let op: deze column is gebaseerd op een persoonlijke ervaring, hij is niet bedoeld om aan te geven wat men moet doen in het geval van een ziek konijn. Wanneer een konijn niet wil eten, moet er direct worden ingegrepen door naar de dierenarts te gaan of zelf een passende behandeling op te starten wanneer je daar ervaring mee hebt. Als het konijn niet zelf gaat eten, moet er dwangvoeding worden toegediend. Voer je je konijnen Science Selective? Bewaar dan de 'kruimels' die onderin de zak zitten zodat je ze met water kunt mengen en als dwangvoeding kunt gebruiken wanneer dat nodig is. 

Het kan zenuwslopend zijn wanneer een konijn zonder duidelijke reden weigert te eten. Mijn konijn Ravi heeft regelmatig zulke buien; een halfjaar geleden stopte hij eens in de twee weken met eten. De eerste keren schrokken we ons kapot, maar we hadden al snel het vermoeden dat het kwam doordat hij veel karton binnen kreeg. We leggen nu geen dozen, weiderollen en wc-rolletjes meer in de ren en sindsdien komt het inderdaad veel minder vaak voor dat Ravi stopt met eten. Wanneer dit wel voorkomt, merk ik het direct: hij zit dan in een hoekje van de ren waar hij normaal niet zit, zijn houding oogt ongemakkelijk en ik denk zelfs een chagrijnige gezichtsuitdrukking te herkennen. Ik geef hem eenmalig pijnstiller (carprofen), darmstimulerend middel (cisaral) en middel tegen misselijkheid (metacloral). Er zijn trouwens ook varianten op deze middelen die net zo effectief zijn en in verhouding goedkoper. Ravi begint meestal een uur na toediening weer te eten.

Laatst stopte Lex ook met eten. We wisten niet waar het door kwam. Na de behandeling van een abcesje moesten we drie keer per dag zalf toedienen om te voorkomen dat er een korstje op zou komen. Dit leidde natuurlijk tot stress. Zodra hij Bart of mij zag, kroop hij in elkaar, terwijl hij normaal juist ons meest brutale konijn is. Omdat het wondje maar terug bleef komen, gingen we weer op controle. Lex bleek te zijn afgevallen, maar niet schrikbarend veel. Hij kreeg een injectie van duplocilline, omdat de dierenarts pasteurellose wilde uitsluiten. Toen we twee dagen later teruggingen voor een herhaling, was het wondje al verdwenen! Lex was echter weer afgevallen. Hij vindt dierenartsenbezoekjes en de heen- en terugreis doodeng, maar deze keer was hij zelfs voor zijn doen buitengewoon aangedaan. Die avond weigerde Lex zelf te eten. We wisten niet wat de reden was. Was hij ziek van de duplocilline, was hij gestrest door het toedienen van medicijnen, waren het teveel dierenartsenbezoekjes in korte tijd? Aanvankelijk was ik er heel rustig onder omdat ik Ravi gewend was, die altijd na een uur weer begon te eten. Maar Lex hield het twee dagen vol, waardoor we medicijnen en dwangvoeding moesten geven.

Ik heb inmiddels een strategie om niet-etende konijnen weer aan het eten te krijgen. Ze rennen meteen weg als ik in hun buurt kom, dus ik houd afstand. Daarnaast krijgen ze nauwelijks de kans om te eten wanneer hun maatje erbij is; ik zorg dus dat het maatje afgeleid is (bijvoorbeeld door vers hooi) of ik scheid hun ruimte zodat ze niet bij elkaar kunnen komen. Dat helpt trouwens ook om te voorkomen dat het ene konijn teveel voer binnenkrijgt omdat het andere konijn niet eet. De Supreme Science Selective brokjes die mijn konijnen normaal zo lekker vinden, blijken niet verleidelijk genoeg voor een konijn met buikpijn. Care+ van Beaphar, gemengd voer (bijvoorbeeld van BoerenBond) of gewoon een stukje wortel, is dat vaak wel. Om Lex weer aan het eten te krijgen, heb ik eerst zijn vriendin Sientje naar hun gezamenlijke kamertje gelokt en de deur dicht gedaan. Lex zat in de gang, in zijn Ikea-tunnel. Ik gooide steeds één brokje Care+ voor zijn neus. Als hij het pakte, wachtte ik geduldig totdat hij het helemaal had doorgeslikt. Daarna gooide ik het volgende brokje. Zo at hij per keer twee of drie brokjes. Ik liet hem daarna alleen en na een tijdje herhaalde ik de stappen. Langzaam begon Lex weer te eten. Na twee dagen was er niets meer  van zijn klachten te merken; hij sprong bij me op schoot en trok de brokjes uit mijn handen. Ik denk dat ik zijn vertrouwen heb teruggewonnen door zijn grenzen te respecteren. Ik heb meteen maar met hem afgesproken dat hij me nooit meer zo mag laten schrikken…

Frits

Toen ik laatst door het Valkenbergpark in Breda liep, zag ik een konijn dat me nog niet eerder was opgevallen. Het was een groot, blauwgrijs konijn met lange haren. Ik zag direct dat de vacht een warboel was. Mijn hart begon sneller te kloppen, ik voelde dat het bloed naar mijn hoofd stroomde en ik hapte naar adem. Niet wéér... Aan de ene kant had ik ontzettend te doen met het beestje dat door zijn eigenaar in de steek was gelaten zonder te snappen waarom. Aan de andere kant zag ik alweer op tegen wat er voor mij ging komen: op een listige manier het konijn proberen te vangen, tussendoor bezorgde buurtbewoners geruststellen, met het konijn naar de dierenarts gaan en na dit alles het konijn weer loslaten om het aan een konijnenopvang toe te vertrouwen. En zelfs met alle kennis die ik heb, voel ik me er nog iedere keer rot over wanneer ik een konijn de vrijheid van het park ontzeg om hem in een hok of kooi te kunnen zetten.

Ik bleef even bij het konijn rondhangen en ik merkte dat ik gemakkelijk dichterbij kon komen. Het zou een peulenschil zijn om hem te vangen.

Niet veel later keerde ik terug, deze keer vergezeld door Bart, mijn man, die een reismandje bij zich droeg. We strooiden gemengd voer in het rond, wetende dat ook de kippen daar op af zouden komen. ‘Mijn’ konijn was er snel bij en begon rustig te eten. Bij de derde poging had Bart hem te pakken en plaatste hij het konijn in de reismand. Inmiddels waren er echter nog twee konijnen op het voer afgekomen: een groot albinokonijn en een piepjong konijntje met lange bruine haren in zijn nek. En uiteraard probeerden we hen ook te vangen. Maar de albino was te alert en het jonkie te snel. Zoals altijd werden we door verschillende mensen aangesproken. Sommigen vonden dat de konijnen in het park thuishoorden, een ander moedigde de vangactie juist aan toen ik vertelde dat ik voor Stichting KonijnenBelangen werk. De aanwezigheid van pratende mensen maakte het vangen echter nog moeilijker. Uiteindelijk gaven we het op en vertrokken we met het blauwgrijze konijn dat inmiddels van Bart de naam Frits had gekregen. Ik snapte meteen waarom Bart voor die naam had gekozen.

FritsThuis zetten we hem met reismand en al op de trimtafel om hem te onderzoeken. De vlooien sprongen nog net niet in mijn gezicht! Snel sloten we het mandje weer en we namen het mee naar ons balkon, zodat we onze andere konijnen niet zouden besmetten. Het was al bijna zeven uur, de sluitingstijd van mijn dierenarts. Gelukkig mochten we nog langskomen.

Bij de dierenarts werd Frits uitgebreid onderzocht. Inderdaad, zijn lange oren zaten vol beestjes en de vlooien sprongen ons tegemoet. Daarnaast was zijn vacht er slecht aan toe. Zijn achterste zat onder het vuil. De dierenarts vertelde dat er vrijdag iemand van de konijnenopvang langs zou komen. Tot die tijd mocht Frits in de praktijk blijven. Ik maakte dankbaar gebruik van het aanbod.

Enkele dagen later had ik een afspraak bij de dierenarts voor een van mijn eigen konijnen. Uiteraard nam ik een kijkje bij Frits. Hij lag languit te rusten. En hij was prachtig! Zijn vacht was tot in de puntjes verzorgd en vrij van vlooien.

De andere konijnen zitten er nog. Iedere dag loop ik er langs en regelmatig ga ik van het pad af om te zien of ik een van de konijnen te pakken krijg. Het is me nog niet gelukt. Het liefste zou ik elk gedumpt, vergeten konijn willen helpen, maar dat is vooralsnog een missie zonder einde.

Frits is binnen een week geadopteerd en woont nu bij mensen die goed zijn voorgelicht over het houden van konijnen en die bewust voor hem gekozen hebben. Hij is gered uit de vergetelheid. En hij is voor mij een aansporing om voort te zetten waar ik mee bezig ben.

Foto: Frits op tafel bij de dierenarts, op de avond dat ik hem gevonden heb.

Casanovakonijn

Ik heb een konijn, of beter gezegd: ik deel mijn appartement met een konijn, dat altijd geaaid wil worden. Zijn naam is Lex en hij is een bonte hangoor met sprekende bruine ogen. Hij heeft niet alleen de charmes, maar ook de looks, zoals te zien is op de foto bij deze column.

Lex en zijn vrouw Sientje hebben een eigen kamer in ons appartement en ze mogen daarnaast vrij rondlopen in de gang. Ze hebben ook toegang tot badkamer en wc, maar daar komen ze vrijwel nooit. Nu ik erover nadenk heeft dat waarschijnlijk een reden. Toen ze er pas net zaten, is Lex eens midden in de nacht achter mij aan gerend toen ik naar het toilet moest. Ik, met mijn slaapdronken hoofd, had het niet door, dus ik deed daarna netjes de wc-deur achter me dicht. De volgende ochtend kon ik Lex nergens vinden, totdat ik de wc-deur opende… Lex was de tijd doorgekomen met het verscheuren van wc-papier en hij had een plasje gedaan. Ik voelde me er heel rot bij, maar Lex hupte rustig naar zijn eigen wc en ging hooi zitten knabbelen alsof er niets gebeurd was.

Aangezien Lex en Sientje in de gang wonen, zijn zij de eerste konijnen die ik zie wanneer ik thuis kom. Ze zitten altijd heerlijk dicht tegen elkaar aan of ze zijn samen iets – bij voorkeur de plinten – aan het slopen. Ik begroet ze even en loop dan door naar de woonkamer. Lex en Sien rennen achter me aan, in de hoop dat ze de woonkamer binnen kunnen glippen. Ze weten dat de andere konijnen daar zitten, wat ze mateloos interessant vinden. Hetzelfde gebeurt wanneer ik naar de slaapkamer ga. Als ik per ongeluk de deur open laat, zie ik vanuit mijn ooghoek hoe Lex een sprintje trekt totdat hij onder het bed zit, waar ik er niet bij kan. Onder het bed staan laden, waar konijnen graag tussendoor en overheen rennen omdat het ze doet denken aan een gangenstelsel. Als Lex, vaak gevolgd door Sientje, daar eenmaal zit, dan is het een helse klus om hem er weer onderuit te krijgen.

Wanneer Lex en Sientje aandacht willen of honger hebben, schrapen ze met hun voortanden over de deur waar ze weten dat ik achter zit. Onze deuren, die ooit wit waren, zitten vol zwarte krasjes van konijnentanden. Wanneer ze dan zien dat ik er aan kom met een bakje voer, weten ze precies wat ze moeten doen. In de deuropening geef ik ze ieder twee brokjes. Daarna haast Sientje, die ofwel iets slimmer is dan Lex ofwel meer belang hecht aan eten, zich naar hun kamertje. Zij weet namelijk dat ik de rest van de brokken in dat kamertje rondstrooi. Lex volgt haar snel. Wanneer ik er de tijd voor heb, voer ik ze met de hand. Twee bonte hangoren op mijn schoot, die hun pootjes tegen mijn buik zetten in een poging zelf de brokken uit het bakje te halen. Ze zijn ontzettend zacht en het is de enige gelegenheid waarbij ik Sientje mag aaien, dus ik geniet daar altijd met volle teugen van.

Ik begon deze column met de mededeling dat Lex altijd geaaid wil worden. Het is ongelooflijk maar waar; 9 van de 10 keer dat ik hem zie, drukt hij zijn kopje plat op de grond om aan te geven dat hij een kroel wil. Die geef ik hem natuurlijk ook, maar hij blijft vervolgens volhardend in die positie zitten, zodat ik me er schuldig over voel als ik stop met aaien. Hij houdt dit gerust tien minuten vol. Een van mijn zwakke punten is dat ik ongeduldig ben, dus dit is voor mij een enorme uitdaging. Of, positiever geformuleerd: de knuffelpartijen met Lex leren mij hoe fijn het kan zijn om te ontspannen. En als ik er dan echt voor ga zitten om hem te kroelen, dan wil ik het ook goed doen. Dus dan kriebel ik hem over zijn neusbrug, over en rondom zijn oren, in het kuiltje in zijn nek, op zijn zij... Als ik het goed doe, laat Lex dat merken door zachtjes met zijn tanden te knarsen. Uiteindelijk, voor mijn gevoel na een eeuwigheid, krijgt hij er toch genoeg van. Hij bedankt me dan niet, maar rent gewoon weg. Even komt hij tot rust, en dan hupt hij naar Sientje. Hij schuift zijn kop onder de hare en blijft zo zitten totdat zij hem begint te wassen. Het lukt hem iedere keer weer… Tja, dat is nou eenmaal Lex, mijn casanovakonijn.

Konijn in het zuur

Ik heb nooit konijn gegeten. Al van jongs af aan was ik gek op deze diertjes en ik kon me niet voorstellen waarom iemand ze zou willen opeten. Mijn redenering was heel kinderlijk: ik vind konijntjes lief dus die eet ik niet. Gelukkig voor de konijnen denken er veel mensen zo over en is konijn in Nederland geen populair gerecht.

Inmiddels mag ik wel zeggen dat ik mijn kindertijd heb afgesloten. Daarmee is ook mijn kinderlijke denkwijze veranderd in een meer rationele. Gevoelsmatig heb ik nog altijd meer met konijnen dan met welk ander dier dan ook. Het is niet voor niets dat ik me zo hard inzet voor Stichting KonijnenBelangen. Maar ik realiseer me ook dat dit een persoonlijke voorkeur is, net zoals andere mensen gek zijn op bijvoorbeeld honden  of paarden. Dat ik toevallig meer met konijnen heb, wil niet zeggen dat die andere dieren niet mijn liefde en toewijding waard zijn. Er zijn dieren, zoals varkens, waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze intelligenter zijn dan konijnen. En je kunt met een kip of koe minstens zo’n hechte band opbouwen als met een konijn. Al deze dieren zijn levende wezens die angst kunnen beleven en pijn kunnen voelen.

Tot voor kort was mijn argument om geen konijnen te eten dat ik ze daar te schattig voor vond. Maar toen ik zelf konijnen uit een opvang adopteerde, veranderden mijn beweegredenen. Ik zag hoe heftig de konijntjes reageerden wanneer ze ergens van schrokken. Als ik bijvoorbeeld hun ren stofzuigde, zaten ze te trillen van angst. Ik stelde me voor hoe ze zich moesten voelen. De ren was hun huis, hun veilige plek. Ineens kwam daar uit het niets een gigantisch apparaat dat veel kabaal maakte. Stel je eens voor dat je zelf lekker op de bank ligt, als er ineens een onbekend apparaat je huis binnendringt, een apparaat dat tien keer zo groot is als jijzelf. Je zou in doodsangst verkeren!

Naast het willen beschermen tegen negatieve emoties, ging ik ook mijn best doen om positieve gevoelens bij mijn konijnen te stimuleren. Zo merkte ik dat wanneer ik de ren anders inrichtte, de konijnen zeker een uur lang alles besnuffelden en markeerden, overal in en op sprongen, om vervolgens voldaan om te vallen (de zogenaamde ‘bunnyflop’).

Mijn adoptiekonijnen woonden twee weken bij me toen ik besloot vegetariër te worden. Nu ik van zo dichtbij dierlijke emoties mocht ervaren, kon ik het niet meer over mijn hart verkrijgen om een bijdrage te leveren aan dierenleed.

Dierenleed zit in veel meer dan het eten van vlees. Het zit in dierproeven, dierlijke materialen die voor kleding worden gebruikt, eieren en zuivel, uitbuiting van dieren voor entertainment… Veel mensen zeggen dat ze zelf nooit vegetariër zouden kunnen worden, maar ze zeggen dat ze de beslissing wel snappen. Maar is dat zo? Ik ben zelf niet vegetariër geworden omdat ik het zo erg vond dat er dieren voor mij stierven, maar juist dat er dieren voor mij leden. Het moment van sterven duurt luttele seconden, maar het leven vol leed dat eraan vooraf gaat duurt in honderd procent van de gevallen te lang. Stel je voor dat een moeder haar kind moet afstaan zodat de melk die voor dat kindje bedoeld is kan worden afgetapt en verkocht. Of denk aan pasgeboren jongetjes die worden afgemaakt omdat hun leven overbodig is; zij kunnen immers geen eieren leggen en ze groeien minder snel dan de meisjes. Twee voorbeelden van leed dat zo verschrikkelijk is, dat ik het liefst snel aan iets anders wil denken.

Ik wil er niet over nadenken, maar ik wil nog minder dat ik er zelf een bijdrage aan lever. Daarom ben ik vorig jaar veganist geworden. Ik eet niets dierlijks meer, draag geen dierlijke kleding en koop geen producten die aan dierproeven zijn onderworpen. Het is niet moeilijk vol te houden, want ik weet dat als de dieren het zouden snappen, ze er blij mee zouden zijn.

Meer weten? Veganist word je niet van de ene op de andere dag. En misschien wil je wel diervriendelijker leven, maar niet als veganist. Ik oordeel hier niet over, want iedere stap in de goede richting is er een om te vieren. Concrete voorbeelden vind je bijvoorbeeld hier: http://www.worldanimalprotection.nl/doemee/diervriendelijkleven/. Iedere vraag die je hebt, hoe vreemd of onbenullig hij ook lijkt, kun je mailen naar mijn persoonlijke mailadres: cynthiapallandt@gmail.com

Vergeten Konijnen

Als je SKB volgt, heb je het vast en zeker al voorbij zien komen: op 20 maart 2015 organiseren wij de Avond van de Vergeten Konijnen. Ik heb een groot deel van de organisatie op mij genomen, daarom kan ik het niet laten er aandacht aan te besteden in deze column. Graag ga ik in op het complexe probleem van een specifieke groep vergeten konijnen: de ‘dumpkonijnen’.

Op de website www.vergetenkonijnen.nl is, uitgedrukt in cijfers en percentages, veel informatie te vinden over de uitdagingen waar konijnenopvangen tegenaan lopen. De instroom van konijnen is voor de opvangen al lang niet meer bij te benen; velen van hen zien zich gedwongen om een wachtlijst te hanteren of zelfs konijnen af te wijzen.

Tussen het punt waarop een konijn bij zijn baasje woont en het punt waarop hij als dumpkonijn bij een opvang binnenkomt, zitten een aantal stappen. In al die stappen zijn verbeteringen mogelijk.

  1. Baasje wil van het konijn af. Jij en ik kunnen ons daar misschien weinig bij voorstellen, maar het is aan de orde van de dag. Voorlichting is ons allerbelangrijkste wapen hiertegen. Een tam konijn kan niet op straat of in het bos overleven. Sommige gedumpte konijnen worden gered, maar zijn dan al ziek of gewond. Een konijn dat bij een kinderboerderij over de schutting wordt gezet, is daar ongewenst en gaat een triest einde tegemoet. Iemand die weinig van konijnen af weet, is zich hier niet van bewust. Het is onze taak om deze boodschap in te verspreiden. Het liefst zouden we willen dat geen enkel konijn ongewenst is, maar wanneer dat wel zo is, breng het dan naar een opvang of naar iemand van wie zeker is dat diegene goed voor het konijn zal zorgen.
  2. Baasje gaat het konijn dumpen. Er zijn plaatsen die bijzonder in trek zijn om een konijn te dumpen. Kinderboerderijen, stadsparken, bossen… Ook als men al op de locatie gearriveerd is, kan men nog steeds van gedachten veranderen. In overleg met gemeente of wijkraad kan er een poster op dergelijke locaties worden opgehangen, zoals deze. Of vraag de kinderboerderijen bij jou in de buurt of zij er maatregelen tegen kunnen nemen, door bijvoorbeeld een bord op te hangen.
  3. Konijn is gedumpt. Zie je een tam konijn op straat of in een park lopen? Neem dan contact op met een konijnenopvang of de dierenbescherming voor advies. Misschien kun je zelf proberen het te vangen. Let dan wel op het gedrag van het konijn. Als een konijn in het bos of park geboren is, is het konijn wellicht al zodanig verwilderd dat het beter is om het niet te vangen. Hij kan er dan tam uitzien, maar hij is het niet.
  4. Dumpkonijn is gevangen. Het beste is om te handelen in overleg met een konijnenopvang, ook als je besluit zelf voor het konijn te zorgen. Een opvang zal je adviseren eerst met het konijn naar de dierenarts te gaan, omdat zwerfdieren vaak ziek of gewond zijn. Dat is gevaarlijk voor het konijn zelf, maar ook voor andere konijnen of dieren in je huishouden die besmet kunnen worden! Als je het konijn naar een opvang brengt, zal deze de medische zorg voor haar rekening nemen.
  5. Konijn komt bij opvang binnen. Een konijn in een opvang kost alleen geld, tot het moment dat het geadopteerd wordt. Omdat we het nu hebben over konijnen die gevonden zijn, zou de gemeente waar het konijn gevonden is ‘opslagkosten’ moeten betalen aan de betreffende opvang. Dit gebeurt om uiteenlopende redenen meestal niet. SKB gaat hiermee naar de rechter en dit is ook aanleiding voor de Avond van de Vergeten Konijnen. Hoe kan de ‘gewone’ mens op dit punt helpen? Verwijs iedereen die een konijn wil nemen door naar een opvang! Dit heeft het bijkomende voordeel dat mensen bij een opvang betere informatie krijgen over het houden van konijnen. Verder kun je helpen door aan een opvang te doneren, een hok te sponsoren of vrijwilliger te worden.

Iedereen kan een steentje bijdragen en zo de dumpkonijnen uit de vergetelheid helpen. Ik hoop velen van jullie op 20 maart welkom te mogen heten.

Voor meer informatie verwijs ik naar het persbericht van de Avond van de Vergeten Konijnen.

Het eenzame konijn

Er zijn momenten waarop ik er tegenop zie om te vertellen dat ik vrijwilligerswerk doe voor Stichting KonijnenBelangen. Want vaak, veel te vaak, reageren mensen daarop door te vertellen dat ze zelf een konijn hebben. Eén konijn. Soms een konijn dat verwend wordt en vrij door het huis mag lopen, meestal een konijn dat in een hokje achter in de tuin zit, maar vrijwel altijd een eenzaam konijn. Als iemand me dit vertelt, voel ik me moreel verplicht om dat eenzame konijn te helpen.

De ervaring leert dat het verstandig is om te vragen naar de reden waarom men geen tweede konijn neemt, omdat de argumenten vaak op misverstanden gebaseerd zijn. Ik wil er een aantal aanhalen.

  1. Mijn konijn heeft geen vriendje nodig, want ik geef hem veel aandacht. Mensen werken of gaan naar school, ze slapen, ze bezoeken hun vrienden... Dit wil zeggen dat het konijn minstens 18 uur per dag alleen is, iets wat zeer onnatuurlijk is en waar een konijn zelf nooit voor zou kiezen. Daarnaast zijn konijnen vooral 's avonds en 's nachts actief, wanneer hun baasjes liggen te slapen. En niet te vergeten: wij mensen spreken geen 'konijnentaal'. Ook al doen we nog zo onze best, we kunnen nooit een volwaardige vervanger zijn voor een konijnenvriendje.
  2. Twee konijnen kosten meer werk en tijd. Dit valt enorm mee! Slechts in het geval dat een van de konijnen iets mankeert komt er werk bij, maar verder zullen ze een verblijf delen, samen eten en ze kunnen zich ook zonder jou vermaken omdat ze met zijn tweëen zijn.
  3. Ik wil mijn ram niet laten castreren, dus er kan geen voedster bij. In mijn ogen is dit slechts een argument wanneer het konijn een zwakke gezondheid heeft of écht oud is. Niet iedereen kan deze inschatting zelf maken, dus het is altijd aan te raden om te overleggen met een dierenarts. Ook zijn er mensen die een konijn niet willen castreren omdat dit niet natuurlijk is ('waarom zou je een gezond dier opereren?'). Het is nog veel onnatuurlijker om een konijn het gezelschap van een soortgenoot te ontzeggen, bovendien zal het dier zich willen voortplanten en dit kan hij in zijn eentje niet.
  4. Lex en Sientje liggen heerlijk tegen elkaar aanAls mijn konijn een vriendje krijgt, wordt onze band minder hecht. Hier geloof ik niet in. Ik heb zelf maar liefst zes konijnen en ik heb met ieder van hen een hele andere band. Het ene konijn is heel aanhankelijk terwijl het andere niet veel behoefte heeft aan contact met mensen. De aanwezigheid van een maatje heeft hier weinig invloed op. Het kan de band zelfs verdiepen omdat je de ware, sociale aard van je konijn zult leren kennen. Er is niets zo mooi als twee konijnen die elkaar wassen, tegen elkaar aan slapen en samen op ontdekkingstocht gaan door het huis of de tuin.

Geef me een ander argument en ik weerleg het graag.

Inmiddels is het me al een paar keer gelukt om iemand te overtuigen een maatje voor zijn konijn te adopteren. De voldoening die dit geeft, motiveert me om door te gaan met mijn missie. Maar de mensen die hun schouders ophalen en hun konijn veroordelen tot een leven in isolatie, die verliezen mijn respect.

Wanneer ik naar hen kijk, zie ik alleen dat eenzame konijn.

Foto: Deze twee konijnen, Lex en Sientje, zijn veel zelfverzekerder geworden door elkaars gezelschap. Ze zijn onafscheidelijk en geven het goede voorbeeld voor iedereen in een relatie!

Konijnensoap

In mijn vorige column heb ik mijn eigen konijnen aan jullie voorgesteld. Minstens zo interessant is de dynamiek tussen deze konijnen. Ze hebben immers al in heel wat samenstellingen geleefd, en de verhalen hierover zullen voor veel konijnenliefhebbers herkenbaar zijn.

Het begon allemaal bij mijn eerste echte konijnenliefde: Jumby. Ik kon hem adopteren, samen met zijn zusje Nomi. Er stond eerst nog een vakantie op de planning, daarna zou ik ze gaan halen. Helaas is tijdens mijn vakantie Nomi overleden. Jumby is toen direct opnieuw gekoppeld, aan zus Roosje. Als men het me niet had verteld, had ik het wellicht niet eens gemerkt, zoveel leken ze op elkaar. Het ging gelukkig direct heel goed. De enige keer dat Jumby en Roosje relatieproblemen hadden, was direct na de sterilisatie van Roosje. Toen ze terugkwam, herkende Jumby haar niet meer omdat ze anders rook. Jumby was helemaal overstuur en er waren een paar dagen nodig om ze weer te koppelen.

Na een tijdje wilde ik mijn konijnenstel uitbreiden naar een groepje. Zo kwamen Lex en Loes, twee wat grotere en oudere hangoren, op mijn pad. Loes was herstellende van de ziekte E. Cuniculi. Inmiddels weet ik dat je een ziek konijn nooit in een groep moet zetten, maar toen nog niet. Jumby en Roosje bleken venijnige konijntjes te zijn. Van de stress kreeg Loes een terugval in haar herstel en we hebben haar uiteindelijk moeten laten inslapen. Lex werd uit de groep gehaald omdat hij in levensgevaar was door gas in zijn darmen. Omdat dit alles ook voor mij erg emotioneel was, twijfelde ik sterk of ik mezelf dit nog eens wou aandoen. Toch heb ik het nog een kans gegeven toen zich twee nieuwe kandidaten aandienden. Ravi en Sientje waren klein en jong, net als Jumby en Roosje. Het groepje was al snel enorm klef, met Ravi als duidelijke leider. Ravi ging regelmatig languit liggen om dan door de drie andere konijnen gewassen te worden.

Net toen de rust was wedergekeerd in huis, besloot ik zelf om daar verandering in te brengen. Er was een konijn, genaamd Foezel, dat al in de opvang zat sinds Jumby en Roosje er zaten. Zij had vanaf het begin mijn interesse getrokken maar ik had het nooit aangedurfd. Ik kon mijn vriend niet overhalen om er nog twee konijnen bij te nemen, totdat ik voorstelde om Foezel te koppelen aan Lex, het konijn dat we ‘terug’ hadden moeten geven. We richtten een kamertje in voor Lex en Foezel.

Lex en Foezel bleken een geweldige match te zijn. Op zaterdag zouden we ze gaan halen. Maar op vrijdag begonnen Jumby en Ravi enorm te vechten. Ik had wel eens eerder gezien dat Jumby in de billen van Ravi beet, maar nu pikte Ravi het niet meer en begon terug te vechten. De opvang raadde me aan om ons groepje naar hen te brengen zodat wij ons voorlopig konden richten op onze nieuwe vriendjes; Lex en Foezel. Dat hebben we gedaan, en bij de opvang heeft men geprobeerd de groep te herkoppelen. Het werd echter direct weer knokken. Ravi werd gezien als de boeman en hij werd uit de groep gehaald. Er is nog een andere ram bij gezet, maar ook dat werkte niet. Ik stond voor een moeilijke keuze: zou ik genoegen nemen met een groep van drie, zou ik proberen Ravi door een ander konijn te laten vervangen, of zou ik de konijnen alle vier weer mee naar huis nemen als twee koppeltjes? Eigenlijk wist ik het de hele tijd al. Net zoals ik Lex uiteindelijk toch weer in huis heb genomen, deed ik dat ook bij Ravi.

Het hebben van drie koppeltjes is in vele opzichten inefficiënt. En dus heb ik na een tijdje de stoute schoenen aangetrokken en toch weer geprobeerd een groepje te vormen, maar deze keer niet met de felle Jumby en Roosje erin. Ik heb mijn overige vier konijnen aan elkaar gekoppeld. Ravi en Foezel waren meteen dikke vriendjes. Lex werd steeds door Sientje opgejaagd. Het heeft even geduurd, maar het kwam goed.

Dit groepje heeft een jaar standgehouden, en toen begonnen ook deze rammen weer te vechten. Ik vond plukken haar en zelfs bloed in de ren. En weer lukte het ons niet om de groep te herkoppelen. Wat ook opviel, was dat Lex niets meer van Foezel wilde weten. Hij had een voorkeur voor Sientje gekregen. Dus toen ik de groep uit elkaar haalde, heb ik Ravi en Foezel samen in een ren gezet en Lex bij Sientje gezet. Dit gaat prima, en inmiddels heb ik een routine ontwikkeld in het verzorgen van drie koppeltjes.

Het wel en wee van een konijnengroep; je zou er zo een soapserie van kunnen maken…

Ontmoet mijn konijnen

Eigenlijk heb ik nog maar weinig over mijn eigen konijnen verteld. Ik heb er zes: Jumby, Roosje, Foezel, Lex, Ravi en Sientje. Ik wil graag hun achtergrond met jullie delen. Alle konijnen zijn afkomstig van Konijnenopvang Binkies in Galder.

Jumby is een grijs dwergkonijn. Roosje komt uit hetzelfde nest, maar is een wit albinokonijntje. Hun moeder werd de opvang binnengebracht met twee andere volwassen konijnen en twee jonkies. Deze hele groep konijnen zou tegelijkertijd gevonden zijn, maar het vermoeden bestond bij de opvang dat de ‘vinder’ eigenlijk de eigenaar was die van hen af wou. Dat idee werd nog verder bekrachtigd toen een van de konijnen beviel van zeven baby’s, waar Jumby en Roosje er twee van waren. Jumby en Roosje hebben karakters die typisch zijn voor dwergkonijnen. Ze zijn fel naar andere konijnen toe en reageren angstig op onbekende geluiden en voorwerpen. De twee zijn onafscheidelijk en zorgen goed voor elkaar. Roosje wil iedere ochtend uitgebreid gekroeld worden (de vaste taak van Bart, mijn man). Als ik ze voer, is Jumby de eerste die op mijn schoot durft te springen. Verder lijken ze ook qua karakter enorm op elkaar.

Foezel zat in de opvang rond dezelfde tijd als Jumby en Roosje. Ze werd de dupe van baasjes die gingen scheiden en daardoor geen tijd meer voor het konijntje hadden. Ze was verwaarloosd, en aangezien ze een langharig konijn is, was dat goed te zien. Foezel had 80 gram aan vuil in haar vacht hangen toen ze de opvang binnenkwam. Bovendien was ze enorm schuw. Als er mensen in de buurt kwamen, begon ze in paniek heen en weer te rennen in haar kooi en ze maakte grommende geluiden. Ze beet wanneer je haar probeerde aan te raken. Toen ze een paar weken bij mij zat, kalmeerde ze en bleek ze graag geaaid te worden, iets waar ik dankbaar gebruik van maakte. Wel had ze een overdreven sterke behoefte om dominant te zijn, wat ze uitte door op haar konijnenvriendje te rijden. Door Foezels lange haren zag het er hilarisch uit; een konijntje met een grote zwarte pruik. Toen Foezel gesteriliseerd was, verdween ook dit gedrag.

Lex is een bonte hangoor, iets groter dan mijn andere konijnen. Hij zat, toen ik hem leerde kennen, al voor de tweede keer in de opvang. De eerste keer was hij binnengekomen als zwerfkonijn; de tweede keer omdat zijn vriendin was overleden en de baasjes met konijnen wilden stoppen. Lex is van nature sociaal naar mensen toe en enorm nieuwsgierig. Hij is inmiddels al twee keer weduwnaar geworden en zijn derde vrouw heeft hij ingeruild voor een jonger model (midlifecrisis?), maar hij blijft een zorgzame vent. Ook voor mij, want als ik me rot voel kan ik er altijd op rekenen dat Lex zich zo lang laat kroelen dat ik helemaal tot rust kan komen. Ik vind het hartverscheurend om te weten dat juist dít konijn ooit eenzaam over straat heeft gezworven.

Ravi is wit met lange nekharen en grijze vlekken rondom zijn ogen, waardoor zijn kop er prachtig uit ziet. Hij werd afgestaan omdat hij ruzie maakte met zijn huisgenootje. Twee rammetjes samen gaat meestal fout. Ravi had kale plekken op zijn rug, maar die groeiden gelukkig snel weer dicht. Wat hij verder had overgehouden aan de vechtpartijen, was de neiging om te bijten. Als je een vinger voor zijn neus hield, beet hij erin. Op het begin was ik daar bang voor, maar ik kwam erachter dat hij alleen beet als hij zich bedreigd voelde. Als ik hem aaide, deed hij dat niet. Ik heb zijn vertrouwen gewonnen door hem steeds positief te benaderen. Nu bijt hij alleen nog per ongeluk, als ik voer in mijn handen heb en het niet snel genoeg aan hem geef!

Mijn zesde en jongste konijn is Sientje, die eruit ziet als een miniatuur-versie van Lex. Ze had een broertje, Ot, maar die overleed na de castratie. De konijntjes kwamen van een fokker op een kinderboerderij, die van ze af wilde omdat ze ‘niet goed genoeg’ waren. Sientje is schuw naar mensen toe, behalve als er eten in het spel is. Inmiddels is ze zover dat ze al bij me op schoot durft te zitten tijdens het voeren. Met konijnen kan ze gelukkig een stuk beter overweg.

Deze column is al veel langer geworden dan gepland. Het verhaal over de koppelingen van mijn konijnen zal ik daarom tot de volgende keer bewaren. Stay tuned!

Dumpkonijnen

Inmiddels twee jaar geleden vond ik het zieke konijn Snoetje in het Valkenbergpark te Breda. Het zette een domino-effect in gang en nu zijn konijnen niet meer uit mijn leven weg te denken.

Maar waarom zat Snoetje eigenlijk in dat park? Zijn vacht was lichtgrijs in plaats van wildkleurig, hij leek in de verste verte niet op een wild konijn. De reden dat hij in het park zat, is keihard. Er worden jaarlijks duizenden konijnen in parken, bossen, kinderboerderijen of simpelweg op straat uitgezet door baasjes die er niet meer voor willen zorgen. Het woord ‘kunnen’ wil ik niet gebruiken, want in Nederland kán iedereen zorgen dat zijn konijn goed terecht komt door het naar een opvang te brengen.

Ik durf te beweren dat ieder weldenkend mens dat een konijn letterlijk op straat zet, niet begaan is met het lot van het dier. Je kunt er namelijk niet omheen dat het konijn gevaar loopt om aangereden te worden door een auto of om te verhongeren. Maar mensen die een konijn in een park of bos loslaten, denken vaak dat ze het konijn er een gunst mee doen. Ruimte, soortgenoten, vers gras in overvloed… Wat kan een konijn zich nog meer wensen?

Ons tamme konijn is veel van zijn instincten kwijt om zichzelf tegen roofdieren te verweren. Daarnaast hebben tamme konijnen vaak kleuren die de aandacht trekken (denk bijvoorbeeld aan de albinokonijntjes die momenteel in het Valkenbergpark zitten). Wilde konijnen zijn niet voor niets grijsbruin, het is een schutkleur! Zo zijn er nog veel meer argumenten tegen het uitzetten van konijnen in parken, bossen en kinderboerderijen, zie bijvoorbeeld het persbericht ‘En het konijn dan?’ op deze pagina.

Ik wil jullie, mijn lezers, oproepen om ogen en oren open te houden. Als je zelf geconfronteerd wordt met een ‘dumpkonijn’, schakel dan een konijnenopvang of de Dierenbescherming in en overleg met hen wat je het beste kunt doen. Negeer het niet, want jij kunt voor dit konijn het verschil maken. Voorbijgangers zullen wellicht bedenkelijk kijken of vervelend reageren als ze zien dat je een konijn probeert te vangen, maar dat komt voort uit onwetendheid. Tamme konijnen zijn vaak te herkennen aan uiterlijke kenmerken waar door mensen op gefokt wordt: lange of juist hele korte haren, bijzondere kleuren of patronen van de vacht, hangoren, groot formaat, etcetera. Ook is een (gezond) wild konijn bijna niet te benaderen door mensen, terwijl een tam konijn beter van vertrouwen kan zijn doordat het mensen gewend is.

Snoetje was helaas niet het laatste konijntje dat ik uit het park gevist heb. Een ander konijn was het zwarte dwergje Zoran. Hij was in goede conditie, maar hij was zo tam dat ik hem binnen 2 minuten te pakken had. Toen ik hem bij mij thuis in de gang zette, sprong hij terug in mijn armen en kroop in mijn nek. Ik heb persoonlijk geen verder bewijs nodig dat tamme konijnen niet in het wild thuishoren, maar ik zal nog een voorbeeld noemen. Vorige maand ontmoette ik Veggie, een jong konijntje met Japanner-tekening. Hij had kale plekken in zijn vacht en was ondervoed. Een soortgelijk konijntje, waarschijnlijk zijn broertje, was diezelfde dag ook uit het park gehaald. Ik heb Veggie met een wortel weten te lokken. Zijn broertje had vlooien, Veggie gelukkig niet. Hij heeft een paar dagen bij mij gewoond. Hij at de brokken die ik hem gaf gretig en zijn keutels werden normaal van formaat. Door hem te vangen, heb ik hem behoed voor een voortijdige dood.

Het is niet natuurlijk om konijnen in gevangenschap te houden. Maar zolang er tamme konijnen bestaan, zullen er konijnen in gevangenschap leven. Het is aan ons om dit zo aangenaam mogelijk voor hen te maken en onze verantwoordelijkheid voor hun welzijn te nemen.

Konijnen trimmen

Nog niet zo lang geleden vertelde ik hier het verhaal van Stuffie, het konijn met twee ontstoken ogen. Waar ik in dat verhaal nauwelijks op in ben gegaan, is hoe die ogen ontstoken konden raken. 

De populariteit van langharige konijnenrassen is gigantisch omdat de diertjes er schattig en knuffelbaar uitzien. In zekere zin klopt dit ook; het doorfokken op deze vachten gaat gepaard met het ontwikkelen van een zachter karakter. Maar wat mensen vaak onderschatten, en waar veel fokkers of dierenwinkels onvoldoende voor waarschuwen, is het onderhoud dat deze vachten nodig hebben. Wanneer een langharig konijn geen hulp krijgt bij zijn vachtverzorging, kan er vuil in de haren blijven hangen, wat maden aantrekt. Ook is het mogelijk dat de vacht zo ernstig vervilt, dat de huid inscheurt. Of, zoals in Stuffies geval, de haren komen in de ogen terecht en irriteren zodanig dat het gaat ontsteken en het konijn niet meer kan zien.

Recentelijk heb ik bij MiroTrim een workshop Konijnen Trimmen gevolgd. Het was een mooie cursus, waarin ook veel aandacht was voor de basisbehoeften van het konijn. Een trimmer komt regelmatig konijnen tegen die bijvoorbeeld veel te dik zijn of gedragsproblemen vertonen. Vaak ligt de oorzaak daarvan bij het baasje. Een trimmer die ook verstand heeft van gedrag en gezondheid, kan daarom het verschil maken voor zo’n konijn.

De reden dat ik deze workshop heb gevolgd, is dat ik zelf een langharig konijn heb. Ze heet Foezel. In het begin had ik er geen idee van hoe snel haar vacht kon gaan klitten of vervilten. Door Stuffie werd ik aan het denken gezet en vanaf dat moment ben ik Foezel meerdere keren per week gaan kammen en knippen. Foezel liet goed merken hoe vervelend ze het vond. Ze plaste op tafel, smeet met de kam en sprong in mijn armen in de hoop dat ik haar terug zou brengen. Zelf vind ik het even vervelend, want ik wil haar geen pijn doen maar dat gebeurt toch wel eens. Boven alles vind ik het onrechtvaardig dat zij met deze vacht moet leven. Haar lange haren hebben er in ieder geval niet voor gezorgd dat er meer van haar gehouden werd, want ze kwam zwaar verwaarloosd binnen bij de konijnenopvang. Ze was angstig naar mensen toe, wat zich uitte in agressie. Door haar gedragsproblemen in combinatie met haar moeilijk te onderhouden vacht, die ook nog eens pikzwart was, heeft ze bijna een halfjaar eenzaam in de opvang gezeten.

Al vanaf het moment dat ze de opvang binnenkwam, had ik met haar te doen en wou ik haar redden. Door omstandigheden heeft het even geduurd voordat ik haar adopteerde, maar op een gegeven moment kon ik het niet meer aanzien. Ik liet haar steriliseren en koppelde haar aan een lieve ram. Samen kregen ze een ruime kooi en al snel zelfs een hele slaapkamer. Binnen een paar weken veranderde Foezel in een rustig, aanhankelijk konijn. Ze is mijn wonderkindje, maar ze is voor mij ook het levende bewijs dat mensen veel te ver zijn doorgeslagen in het fokken van dieren op onnatuurlijke eigenschappen.

 Foto: Foezel met Ravi, haar huidige konijnenvriendje

Coelhos

Ik ben recentelijk getrouwd. Omdat ik inmiddels bij vrienden en familie bekend sta als konijnenvrouwtje, kreeg ik van verschillende mensen de vraag of ik mijn konijnen had getraind om de ringen te brengen. Dat heb ik ze niet aangedaan, maar ze hebben wel een rol gespeeld tijdens de ceremonie. Een van de trouwgeloften van mijn man was namelijk dat hij met mij zal zorgen voor onze kleine vriendjes: Jumby, Roosje, Lex, Sientje, Ravi en Foezel. En tot dusver maakt hij het ook waar..!

Onze huwelijksreis had als bestemming Madeira, een Portugees eiland dat ook wel het ‘bloemeneiland’ wordt genoemd. We gingen in juni, toen alles nog volop in bloei stond. Ontzettend romantisch. Het eiland was groot genoeg om ons twee weken te amuseren, maar klein genoeg om alles te kunnen zien wat we wilden zien.

De hele vakantie heb ik gezocht naar konijnen, in het Portugees coelhos. In de grotere supermarkten werd konijnenvoer en bodembedekking verkocht. De kwaliteit van het voer was triest en gezonde varianten heb ik niet kunnen ontdekken. Ik vreesde dan ook voor het moment dat ik een konijn in een hokje zou zien zitten. Dit is echter helemaal niet gebeurd. Madeira bestaat uit bergen, waardoor je van bovenaf op balkons en in tuinen kunt kijken, maar ik heb daar niet één konijn gezien. Ik kreeg de indruk dat vogels er meer gebruikelijk zijn om als huisdier te houden, in meelijwekkend kleine kooitjes. Wel zijn we door een natuurreservaat gereden waar een wild konijn over de weg sprintte, wat prachtig was om te zien.

Op buureiland Porto Santo worden regelmatig konijnen uitgezet omdat de eilandbewoners graag jagen, werd me verteld. Onderzoek via Google wijst uit dat er in de 15e eeuw voor het eerst konijnen op Porto Santo werden geïntroduceerd, die zich zo snel voortplantten dat er een ware plaag ontstond. Op een eiland waar begroeiing en water schaars zijn, kan een konijnenplaag voor de bevolking rampzalige gevolgen hebben. Tot op vandaag is er op het eiland geen groen te bekennen en is het toerisme de enige bron van inkomsten. Waarom er nog steeds konijnen worden uitgezet, is voor mij dan ook een raadsel.

Het viel me mee hoeveel zwerfhonden en -katten er op Madeira zijn in vergelijking andere landen waar we de laatste jaren op vakantie zijn geweest. Maar tegelijkertijd zagen we ook talloze honden en zelfs geitjes die aan een veel te korte ketting vastzaten. Het verschil met Nederland was goed te merken en ik kon me voorstellen dat ook dit eiland te maken heeft met het dumpen, verwaarlozen en mishandelen van dieren.

Zoals gebruikelijk is bij een trouwerij, hadden we aardig wat centjes gekregen van onze gasten. We hadden van tevoren afgesproken dat we daar een bepaald percentage van aan een goed doel zouden schenken. Tijdens onze huwelijksreis kwam ik op het idee om het in Madeira uit te geven. Na een kleine speurtocht op internet kwam ik erachter dat Madeira één dierenasiel kent, gevestigd in de hoofdstad Funchal. De naam is Sociedade Protectora dos Animais Domésticos, opgericht in 1897 en bestaande uit kliniek en opvang. We zijn er naartoe gegaan en mochten op ons gemak de honden- en kattenverblijven bekijken. Andere dieren zaten er niet, daar was ook geen plaats voor. Nadat we onze donatie hadden overhandigd, heb ik gevraagd of we konden helpen door een paar honden uit te laten. Dat mocht, en de honden die mee gingen waren door het dolle heen. De dag erna zijn we teruggekomen om meer honden uit te laten. Stuk voor stuk waren ze vrolijk en braaf. Ik vond het een prachtige ervaring en het heeft me aan het denken gezet.

Aan het eind van onze vakantie hebben we toch nog tamme konijnen gezien, weggestopt in een hoekje van een dierenwinkel. Hun kooi stonk enorm, maar was frappant genoeg een stuk groter dan de bakken waar konijnen in Nederlandse ‘dierenspeciaalzaken’ vaak verblijven. Toch kreeg ik niet de indruk dat deze angstige, vieze konijnen veel mensen in de verleiding zullen brengen om een coelho aan te schaffen. En dat is misschien maar goed ook.

Opleiding Konijnentrainer

Een paar maanden geleden las ik op internet over een opleiding tot Konijnentrainer. Ik lachte en schudde meewarig mijn hoofd. Maar in mijn onderbewustzijn bleef ik ermee bezig. Twee dagen later had ik mezelf ingeschreven en het lesgeld betaald. Mijn nieuwsgierigheid won het van mijn scepticisme.

De opleiding Konijnentrainer werd in 2013/2014 voor het eerst gegeven door Bernice Muntz en Sophie Witschge aan de Martin Gaus Academie in Lelystad. De opleiding ontving de nodige publiciteit, waaronder ook spottende reacties. Niet iedereen nam het idee van een konijnenschool even serieus. Bernice liet zich er niet door kisten. Ooit werd er namelijk net zo gereageerd op het ontstaan van hondenscholen, en die worden tegenwoordig door de maatschappij omarmd!

De opleiding bestond uit drie modules, verdeeld over zes lesdagen. Een groot deel van de lesstof had betrekking op het konijn zelf, zoals historie, fysiologie en gedrag van zowel het wilde als het tamme konijn. Daarnaast kregen we een inleiding in de wereld van het trainen. Zo leerden we over gedragssystemen en trainingsmethoden, met de mogelijkheid om binnen en buiten het klaslokaal praktijkervaring op te doen. Verder kregen we een stukje mediatraining en informatie over het opzetten van een eigen onderneming, om ons voor te bereiden op de vervolgstap in onze carrières. Na iedere lesdag kregen we huiswerkopdrachten waarin we onze kennis leerden toe te passen. De examinering aan het eind van de opleiding was tweeledig, bestaande uit een video-opdracht en een schriftelijk tentamen met open vragen en meerkeuzevragen.

Gebakje Martin Gaus

Gedurende de opleiding was er discussie over de titel die we zouden ontvangen: ‘Konijnentrainer’. Een aantal cursisten vond dat het de lading niet dekte, en kreeg daar uiteindelijk gelijk in. Er kwam daarom ‘Konijnendeskundige’ op het diploma te staan. Op 16 april was de feestelijke uitreiking hiervan. Martin Gaus himself opende de bijeenkomst met een speech. Daarna ontvingen we onze diploma’s en een spel voor onze konijnen. We mochten voor groepsfoto’s poseren en konden vervolgens proosten met een glaasje bubbels en een heerlijk gebakje. In België bleek het trainen van konijnen nog groter nieuws te zijn dan in Nederland, want al diezelfde middag werden de Belgische cursisten benaderd voor verschillende interviews.

Er zijn inmiddels bedrijfjes opgericht door mensen die de opleiding Konijnentrainer / Konijnendeskundige hebben gevolgd. Denk bijvoorbeeld aan Konijnentraining Joy, Blij Konijn en Hopster. En niet te vergeten mijn eigen bedrijfje, Elvira Schrijft! Ik speelde al even met het idee om te gaan werken als schrijver, maar het enthousiasme van een medecursist heeft de doorslag gegeven. We zijn een hechte groep geworden, die samen konijn-gerelateerde evenementen bezoekt en misschien ook wel gaat organiseren. Met zijn allen zullen we het bewustzijn over konijnen in Nederland en België vergroten. Over het trainen van konijnen mogen de meningen verschillen, maar de trainingen gaan gepaard met voorlichting over het welzijn van konijnen en dat is zonder meer positief.

Gewapend met kennis

In mijn laatste column vertelde ik over Stuffie en haar vriendje Boelie. Wat ik niet heb vermeld, is de complete paniek waar ik in verkeerde toen ik werd gewezen op de mogelijkheid dat de konijnen Myxomatose hadden. Ik had zelf zes konijnen thuis zitten en moest er dus niet aan denken dat ik deze ziekte in huis had gebracht. Ik heb de konijnen op de symptomen gecontroleerd. Beiden hadden ze problemen aan de ogen, wat meestal het eerste symptoom is van Myxomatose, maar verder kon ik niets vinden. Maar ik was dan ook geen expert... De volgende dag ging ik naar de dierenarts om zekerheid te krijgen. De dierenarts vertelde me alleen wat ik al wist: het was niet waarschijnlijk dat er sprake was van Myxomatose maar hij kon het niet uitsluiten. Het kon me nauwelijks geruststellen.

Uiteindelijk bleek er inderdaad geen sprake van Myxomatose te zijn. Stuffie herstelde snel. Maar Myxomatose blijft een reële bedreiging voor mijn konijnen. Ik woon aan de rand van een park waar tientallen konijnen rondlopen en waar ook wel eens Myxomatose uitbreekt. Ik moet er niet aan denken dat een mug het overbrengt naar mijn konijnen. Ik laat mijn konijnen ieder jaar enten tegen Myxomatose en VHS. Naar mijn mening doet ieder verantwoordelijk konijnenbaasje hetzelfde.

Afgelopen weekend was ik op de derde editie van het Konijnencongres, waar dierenarts Stijn Peters in zijn lezing onder anderen sprak over Myxomatose. Hij vertelde dat Myxomatose de enige konijnenziekte is waarvan hij had gezien dat het een verandering (stijging) in het aantal witte bloedcellen veroorzaakt. De combinatie van symptomen en bloedtest kan met grote waarschijnlijkheid aantonen of een konijn aan Myxomatose lijdt. Het duurt nog geen halfuur om de resultaten van zo’n bloedtest te verkrijgen. Voor mij was dit echt een openbaring. Het zou me zo hebben geholpen met Stuffie om dit te weten! De juiste diagnose is het begin van de genezing. Een andere interessante bevinding is dat er verschillende varianten van Myxomatose zijn en dat een ervaren dierenarts op basis van de symptomen kan inschatten hoe agressief de betreffende variant is. Ook het voorbeeld van Kruimeltje was erg inspirerend. Dit konijn leed aan Myxomatose, maar bleef desalniettemin eten, wassen en spelen. Hij had nog zoveel levenslust, dat men het aandurfde om met hem de strijd tegen Myxomatose aan te gaan. En inderdaad, hij herstelde uiteindelijk volledig en heeft daarna nog zo’n twee jaar geleefd.

Het is als konijnenhouder belangrijk om over deze informatie te beschikken, zowel de vervelende als de hoopgevende feiten. Ik raad iedereen dan ook aan om de boeken in te duiken of op de site van een konijnkundige dierenarts te kijken voor meer informatie over Myxomatose. Zelf ga ik komende vrijdag met twee van mijn konijnen naar de dierenarts voor hun jaarlijkse enting, maar 100% zekerheid geeft het niet. Ik hoop dat ik nooit meer met Myxomatose te maken zal krijgen, maar als het wel gebeurt dan ben ik er tegen gewapend. Gewapend met kennis.

Grote ogen

Met een veger en blik in de ene hand en een vuilniszak in de andere stond ik in de ren. Twee konijntjes zaten angstig in een hoekje. Een van hen had lange, warrige haren. Toen ik haar van dichterbij bekeek, zag ik dat er pus zat ter hoogte van haar rechteroog. Maar ik zag geen oog, ook aan de linkerkant niet. Ik tilde het konijntje uit de ren en zette haar op tafel. Haar ogen bleken verstopt te zitten onder de lange haren, die door de pus aan haar oogleden vastkleefden. Voorzichtig begon ik de haartjes weg te pulken en knippen, zodat ze weer zou kunnen zien.

Het vereiste tijd en inspanning. Toen het me uiteindelijk gelukt was, keken twee grote ogen me gepijnigd aan. Ze waren rood en opgezwollen. Hier en daar bloedde het zelfs. Er was geen haar op mijn hoofd die erover dacht om dit konijn hier in het asiel te laten zitten. Ze had zeer intensieve zorg nodig. Zij en haar vriendje gingen met mij mee naar huis. Ik noemde ze Stuffie en Boelie.

Die avond moest ik Stuffies oog behandelen. Eerst kreeg ze een pijnstiller, waar ze heftig tegen protesteerde. Ik had moeite om haar onder controle te houden. Toen ik haar oogleden met zalf insmeerde, kromp ze in elkaar van de pijn. Ik moest vechten tegen mijn tranen. Terug in de kooi begon ze te stampen uit onvrede. Boelie was ook onrustig, door de geur van vreemde konijnen. Ik hield het stel nauwlettend in de gaten, want van mijn eigen konijnen was ik gewend dat ze in dit soort situaties wel eens gingen vechten.

De volgende dag ging ik naar de dierenarts. Daar kreeg ik instructies om Stuffies ogen te spoelen en de korstjes van haar oogleden af te trekken. Dit vond ik vreselijk, maar ik heb het toch gedaan. Ik moest haar om de 6 uur behandelen, ook ‘s nachts. Na verloop van tijd begonnen haar ogen er gezonder uit te zien.

Toen Stuffie aansterkte, kon ik Boelie meer aandacht geven. Hij was 9 jaar, behoorlijk oud voor een konijn. Zijn voortanden waren getrokken omdat ze te snel groeiden, de zogenaamde olifantstanden. Hij werd boos als ik in de kooi kwam, dus ging hij me bijten. Zijn tandloze mondje kriebelde aan mijn vingers. Door zijn leeftijd kon hij zichzelf niet meer goed wassen. Ik heb hem een uitgebreide schoonheidsbehandeling gegeven, inclusief badderen, afdrogen, vachtverzorgen en nagelknippen. Hij liet het allemaal toe.

Na twee weken waren de ogen van Stuffie zo goed als genezen en beide konijntjes hadden zich ontpopt tot nieuwsgierige logeetjes. Met pijn in mijn hart heb ik ze toch terug naar het asiel gebracht. Ze kregen al snel een nieuw thuis. Een paar maanden later kwam ik ze weer tegen, toen hun baasjes op vakantie waren. Ze leefden in een groep met twee andere konijnen. Boelie, het bejaarde ventje, was de leider van de groep. Met die kennis kon ik écht afscheid van het stel nemen.

Foto: ik, in de weer met Stuffie om haar ontstoken ogen te verzorgen.

Knuffeldieren

Als kind had ik honderden knuffels. Er was in mijn bed weinig plaats voor mijzelf, maar dat vond ik niet erg. Ik had een enorme fantasie en kon me daarom uren met mijn stoffen vriendjes vermaken. Ik vertelde ze alles wat me bezighield. Omdat ik ze zo lang als levende wezens heb behandeld, heb ik ze nooit weg kunnen doen. “Niemand kan zo goed voor mijn knuffels zorgen als ik,” dat idee. Ik heb ze altijd beloofd dat ze een eigen kamer zouden krijgen als ik eenmaal uit huis zou gaan. En dat heb ik waargemaakt; ze kregen een heuse knuffelkamer.

Op een gegeven moment kwamen Jumby en Roosje, twee (echte!) konijntjes, in mijn leven. Ze werden gevolgd door nog vier konijnen, waardoor ik op een gegeven moment meer ruimte nodig had. Mijn knuffelkamer veranderde in een konijnenkamer; Jumby en Roosje gingen er wonen. De knuffels gingen in vuilniszakken, om in de kelder van mijn ouders te worden bewaard. Uiteraard wou ik ze nog steeds niet weggeven. Als ik ooit van een appartement naar een huis over ga, krijgen ze weer hun eigen plekje.

Met dit stukje achtergrond in je hoofd zul je mijn zorgzame houding naar dieren toe beter begrijpen. Laatst vond ik in één week tijd een gewonde haan en een zieke duif, die ik beiden mee naar huis heb genomen om ze te verzorgen. Het kwam niet eens in me op om ze in de kou te laten creperen. Degenen die mijn verhaal over Snoetje gelezen hebben, weten dat mijn liefde voor konijnen op een zelfde manier is uitgegroeid tot wat het nu is. Wat ik voel voor mijn konijnen is duizend maal intenser dan wat ik als kind voelde voor mijn knuffels. Als ik beelden zie van konijntjes die bij dierproeven gebruikt worden, of angorakonijnen die geplukt worden,  voel ik het in mijn hele lichaam. Ik kan er om huilen, wakker liggen, de mensen haten die dit doen. Hierdoor vind ik het steeds weer moeilijk om een konijnenopvang te verlaten zonder een konijn mee te nemen. Hierdoor ben ik vegetariër geworden, hoeveel ik ook van vlees hield. Hierdoor ben ik voor Stichting KonijnenBelangen gaan werken.

Even hevig beleef ik ook de mooie dingen. Iedere ochtend voer ik mijn konijnen met de hand. Dan springt de hele beestenboel tegen me aan en op mijn schoot. Ik kan ze aaien, plagen en kunstjes laten doen. Ik geniet van hun ongeduldige zachte lijfjes die alle kanten op bewegen. Het is voor mij veruit de beste manier om de dag te beginnen.

Naar mijn mening zouden ouders hun kinderen prima kunnen leren hoe ze met dieren moeten omgaan door ze te laten oefenen op knuffeldieren. Het is een begin, maar het kan ouders inzicht geven in hoe het kind met een levend dier zou omgaan en hoe lang het kind geïnteresseerd zou blijven in het dier. Een levend dier, zoals een konijn, mag nooit een impulsaankoop zijn. Kinderen zijn hun huisdieren vaak net zo snel zat als hun speelgoed. Er bestaan in Nederland tientallen konijnenopvangen die vol met ongewenste konijnen zitten. Deze zijn trouwens net zo mooi en lief als de konijnen die je in de winkel of bij een fokker vindt. Hier mijn hartenkreet: Denk goed na over de aanschaf van een konijn, zodat er niet nog meer afgedankte konijntjes bij komen, en adopteer liever een koppel ‘tweedehands’ konijnen dan één konijn in de winkel te kopen. Ieder konijn verdient het om een konijnenmaatje te hebben, en iemands knuffeldier te zijn.

Snoetje

Anderhalf jaar geleden, op een bloedhete septemberdag, liep ik door het Valkenbergpark in Breda. Ik kwam daar dagelijks, omdat het op de weg van mijn appartement naar het station lag. Zoals iedere dag keek ik vertederd naar de konijnen die daar zaten. En net als altijd sloop ik zachtjes naar een konijntje toe, in de hoop hem te kunnen aaien. Maar deze keer was anders dan alle andere keren. Deze keer lukte het me namelijk om het konijntje te aaien. Het konijntje bleef stil liggen en toen ik hem goed bekeek, schrok ik. Zijn oogjes waren dicht en zijn vacht zag er vies uit. Langzaam begon ik paniek te voelen. Ik wist niets over konijnen, maar ik had hier een heel slecht gevoel bij. Ik riep mijn vriend, die geduldig op het pad stond te wachten tot ik uitgeaaid was. Ook hij schrok van de staat waarin het konijntje verkeerde. Ik durfde hem niet alleen te laten. Mijn vriend haalde wat water en hield het voor de neus van het konijntje. Hij reageerde niet. Pas toen ik voorzichtig wat op zijn neus druppelde, begon hij het water op te likken. Zijn ogen bleven dicht. Hij lag midden in de felle zon en voelde ongezond warm aan. Toen we een stap achteruit deden om te overleggen wat we het beste konden doen, zagen we hoe het konijn door twee kippen werd aangevallen. Hij verzette zich niet. We joegen de kippen weg en ik besloot dat we het konijn hier niet achter konden laten.

De telefonist van de dierenambulance raadde ons aan om het konijn naar het dierenasiel in Breda te brengen. Mijn vriend tilde het konijntje op en droeg het in zijn armen naar huis, waar we een grote doos voor hem zochten. Daarin vervoerden we hem naar het asiel. Onderweg probeerde ik het konijntje gerust te stellen. Hoewel hij niet goed kon bewegen door de pijn, deed hij verwoede pogingen om uit de doos te springen. Toen hij daarna vermoeid ging liggen, kon ik zijn kopje goed bekijken. "Wat heb jij een mooie snoet," zei ik. "We noemen jou Snoetje."

Toen we bij het dierenasiel aankwamen, voelde ik me bezwaard om hem daar achter te laten. Maar ik wist niets over konijnen, laat staan over de ziektes die ze kunnen krijgen. Een medewerker van het asiel stelde de voorlopige diagnose 'syfilis'. Hij beloofde dat het konijn snel naar een dierenarts zou worden gebracht en dat hij ons op de hoogte zou stellen van de uitkomst. Met een zwaar hart gingen we naar huis. De dagen erna bleef het stil, we hoorden niets van het dierenasiel. Toen mijn vriend belde, bleek dat Snoetje al was ingeslapen op dezelfde dag dat wij hem binnenbrachten. De diagnose was myxomatose en dat is een konijnenziekte die bijna altijd fataal is.

Een gevoel van verslagenheid bekroop me. Toch heb ik er iets positiefs uit weten te halen. Ik heb toen namelijk besloten dat ik konijnen zou gaan adopteren bij een opvang. Snoetje had me zo geraakt dat ik bereid was me te verdiepen in konijnen totdat ik me zeker genoeg voelde om er zelf een in in huis te nemen. Ik heb gelezen, gelezen en nog veel meer gelezen... Totdat ik op een dag rondkeek op de website van een konijnenopvang, en een prachtige snoet zag. Een snoet die als twee druppels water leek op die van het konijntje in het park. Ik hoefde niet lang na te denken. Dit konijntje hoorde bij mij. Twee weken later kwamen Jumby en zijn zus Roosje bij ons wonen. Mijn liefde voor konijnen was geboren.

 

Links: Snoetje, zoals ik hem vond in het park.

Rechts: Jumby in zijn rieten mandje.